Het “confederalisme” staat al 16 jaar in de Grondwet

Zeg niet “confederalisme”, maar “centripetaal federalisme”

Eerst en vooral: een confederatie (oftewel “statenbond”) is een internationaalrechtelijke (en dus geen staatsrechtelijke!) constructie. Onafhankelijke staten beslissen een aantal bevoegdheden af te staan aan een overkoepelend orgaan, en leggen deze vast in een verdrag (bv. buitenlandse handel, defensie, …). In principe hebben de regels die door de confederatie worden uitgevaardigd, geen rechtstreekse werking in de lidstaten; de regels moeten dus in lokale wetgeving worden omgezet. De soevereiniteit van de lidstaten blijft immers gegarandeerd.

Het systeem van de confederatie is eerder zeldzaam geworden. Aangezien de lidstaten hun soevereiniteit bewaren, blijft de afdwingbaarheid van de uitgevaardigde regelgeving erg beperkt. Het bekendste voorbeeld van een confederatie moeten we drie eeuwen geleden zoeken: het oorspronkelijke bestuursorgaan van de Verenigde Staten was een confederatie. Maar ook de Europese Unie zweeft ergens tussen federatie en confederatie.

Leaders of the Continental Congress (John Adams, Morris, Hamilton, Jefferson)
Leaders of the Continental Congress
(John Adams, Morris, Hamilton, Jefferson)

Een confederatie kan dus niet bestaan zonder minstens twee onafhankelijke, soevereine staten. We weten intussen dat N-VA, Open VLD, LDD en CD&V het land niet zullen splitsen, zodat een confederatie geen optie is.

Wat de heren politici evenwel bedoelen, is een variant van onze huidige staatsstructuur. Tot op heden rusten alle bevoegdheden van de staat bij het centrale federale orgaan, behalve die bevoegdheden die het centrale orgaan bij Wet aan de deelstaten heeft afgestaan. Deze vorm van federalisme, waarbij bevoegdheden door het centrale orgaan aan de deelstaten worden gegeven, heet het “centrifugaal” of “segregatief” federalisme.

De tegenhanger van het centrifugaal federalisme heet “centripetaal” of “aggregatief” federalisme. De residuaire bevoegdheden (m.a.w. de bevoegdheden waarvan niet specifiek is bepaald wie ze mag uitoefenen) komen bij de deelstaten terecht, en bevoegdheden zullen enkel toekomen aan het centrale federale orgaan, indien de deelstaten dat expliciet in wetgeving (en dus na onderling overleg tussen die deelstaten) hebben vastgelegd.

De term “confederalisme” is dus niet alleen foutief, maar in zekere zin ook misleidend: ook indien de Vlaamse partijen hun voorgestelde hervorming kunnen doordrukken, blijft België een federaal land. Het wezenlijke verschil met het huidige systeem is dat de deelstaten instaan voor de bevoegdheidsverdeling, en niet langer het federale overkoepelende orgaan.

Artikel 35: een vergeten Grondwetsartikel ?

Het idee om België te hervormen tot een centripetale federatie is bovendien al bijna twee decennia oud. Met het Sint-Michielsakkoord (de vierde staatshervorming van 1993) werd aan de vernieuwde Belgische Grondwet immers een artikel 35 toegevoegd dat het volgende bepaalt:

“De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.
De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.”

Het artikel bevat evenwel een overgangsbepaling:

“De wet bedoeld in het tweede lid bepaalt de dag waarop dit artikel in werking treedt. Deze dag kan niet voorafgaan aan de dag waarop het nieuw in titel III van de Grondwet in te voegen artikel in werking treedt dat de exclusieve bevoegdheden van de federale overheid bepaalt.”

Onze politici vertellen er ons niets over (vermoedelijk uit onwetendheid), maar het centripetaal federalisme staat dus al in onze Grondwet. Alleen is het nog niet in werking getreden. De voorwaarden hiertoe zijn tweeërlei.

1/ Er moet een lijst worden opgesteld met de bevoegdheden die aan het federale (nationale) orgaan toekomen. Een beknopte lijst opstellen is een formaliteit; niets belet immers dat in de komende jaren de lijst indien nodig wordt geactualiseerd, uitgebreid of ingeperkt.
De lijst wordt bij wet vastgelegd. Elke materie en bevoegdheid die niet in de lijst is opgenomen, blijft bij de deelstaten.

2/ De tweede voorwaarde is een ander paar mouwen. Artikel 35 bepaalt dat de wet die de bevoegdheden voor het federale orgaan vastlegt, met de bijzondere meerderheid van artikel 4 van de Grondwet moet worden goedgekeurd:

“De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitbebrachte stemmen bereikt.”

Hetzij een aanwezigheidsquorum van een gewone meerderheid in elke taalgroep en een tweederde meerderheid ja-stemmers.

We hebben dus nog een lange weg te gaan.




R.I.P.




Nog heel even…

KabelWaarde bezoeker,

Ik werd er geruime tijd geleden toe gedwongen een van mijn favoriete bezigheden - bloggen dus - in de diepvriezer te bewaren. Om twee simpele redenen: de vele tijd die sinds mijn afstuderen in mijn job gaat enerzijds, en anderzijds - en vooral - het gebrek aan internet sinds die tijd.

Daar komt echter heel binnenkort verandering in, en dan ga ik weer aan de slag op deze weblog, en op In Flanders Fields!

Want de drang om te schrijven is nooit in de diepvriezer verdwenen.

Maar nu nog heel even…




Neutraliteit impliceert pluraliteit

“De kernvraag is niet of het verbod op het dragen van religieuze symbolen goed is voor de westerse maatschappij; de kernvraag is of het verbod de mensenrechten schendt. Pas als deze laatste vraag negatief wordt beantwoord, mag een verdediger van de westerse rechtsstaat de eerste vraag positief beantwoorden.”

Midden januari van dit jaar schreef ik een artikel omtrent het verbod op het dragen van een hoofddoek voor sommige ambtenaren. Ik werkte toen al aan een meer uitgebreide versie, waarin het recht op godsdienstvrijheid ruimer wordt behandeld. Deze versie heeft uiteindelijk de vorm aangenomen van mijn seminarie-essay voor de laatste licentie rechten. Ik koos als vak “Grondslagen van het Recht”, dat als hoofdthema voor het schrijven van het essay “Pluralisme in het recht” voorop stelde. Prof. dr. Matthias E. Storme begeleidde de totstandkoming van mijn werk.

Het eindresultaat vind je terug via deze link (pdf).




Het einde van het socialisme?

Logo SP.aSP.a-Spirit kreeg op 10 juni zware klappen. In de Kamer verloor de partij 7.2 % - goed voor een verlies van 9 zetels - en in de Senaat zelfs 8,7 % of 3 zetels. Dat paars afgestraft zou worden, stond voor iedereen vast. Dat die afstraffing echter minder zwaar zou zijn voor Open VLD dan voor de socialisten, was wel een kleine verrassing. Vande Lanotte presteerde nochtans niet slecht op debatten, voor opiniemakers of in de peilingen. Zijn uiteenzettingen waren steeds duidelijk en vlot. Vande Lanotte is bovendien erg intelligent en gebruikt zelden meer woorden dan nodig. Maar de maatschappelijke opinie is in de voorbije jaren gewijzigd. In die nieuwe visie is voor socialisme steeds minder plaats.

En een socialist, dat is Vande Lanotte ontegensprekelijk. Hoewel zijn partij niet meer het oubollige socialisme predikt, en - mogelijks onder invloed van kartelpartner Spirit - een aantal van de (liberale) basisprincipes in onze maatschappij erkent (eigendomsrecht, recht op vrije meningsuiting, vrije markt, …) zijn de correcties op die principes nog steeds van het zuiverste socialistische water.

Zo verzette Vandela zich op het laatste voorzittersdebat als enige voorzitter resoluut tegen een lastenverlaging, en wou hij daarentegen meer investeren in de individuele werknemers en werkzoekenden. Het proces dat - onder impuls van “progressief-links” - momenteel tegen Vlaams Belang loopt, getuigt eveneens van een dergelijke “correctie”. Het niet willen afbouwen van de lasten corrigeert dan weer ten nadele van het eigendomsrecht.

De tijden zijn echter veranderd. Ook de onderdrukte arbeider beschikt vandaag immers over internet, over tv en kranten, en heeft geen socialistische politici meer nodig om hem te helpen bij het vormen van een politieke opinie. Bovendien verliezen steeds meer kiezers hun geloof in de grote ideologische verhalen. De verzuiling is verdwenen (getuige hiervan o.m. de verschillende conflicten tussen SP.a en ABVV, of het verdwijnen van de Chiro-jeugd op de IJzerbedevaart). Burgers worden steeds vaker zwevende kiezers en durven steeds vaker openlijk praten over hun partijvoorkeur en hun politieke visie. Het ontstaan van de blogcultuur, ten slotte, heeft er ook voor gezorgd dat de burger voor het vormen van een mening niet meer alleen op de traditionele media is toegewezen, wel integendeel, hij kan er nu zelfs aan deelnemen.

Voornoemde “onderdrukte arbeider” - om met dat cliché verder te gaan - beseft daardoor vandaag des te meer dat hij en zijn ouders een leven lang belastingen hebben betaald en daar amper beter van zijn geworden. Hij weet zeer goed dat hij elke dag van zijn leven tegen zijn zin 8 uur lang aan de band staat en aan het eind van die dag minstens de helft van zijn loon in belastingen ziet opgaan. Na het werk rijdt hij met zijn collega’s naar een café om zijn zuurverdiende pint te drinken en een sigaret te roken. Drie activiteiten die hem trouwens nog een fortuin aan BTW en taksen hebben gekost.

Die verworpenen der aarde weten intussen zeer goed dat gratis bussen - of ze er nu gebruik van maken of niet - in werkelijkheid niet gratis zijn en in praktijk ook door hen worden betaald. Dat het socialistische beleid in Wallonië voor de arbeider meer tegen- dan voorspoed heeft gebracht. Dat onderwijs niet gratis is of hogere studies goedkoop, maar dat ook zij voor andermans studie betalen. Dat niet de werkgever maar het politieke beleid tot ontslagen in de automobielsector leidt. En dat Freya als ze “het geld wil halen waar het zit” dus ook die onderdrukte arbeider viseert.

Ten slotte neemt de ex-socialist het niet langer dat hij wordt behandeld als iemand die tegen zichzelf moet worden beschermd. En zelfs al zou hij erkennen dat het niet steeds eenvoudig is in een maatschappij als de onze, om je verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen daden, en de juiste keuzes op het juiste moment te maken, dan nog denkt geen haar op zijn hoofd er nog aan die verantwoordelijkheid dan maar in de handen van zijn socialistische beschermengel achter te laten.

Werknemers weten intussen dat liberalisme ook voor hen de beste oplossing is. Ze geloven in de vrije markt en zijn bereid zelf de liberale verantwoordelijkheden te dragen in ruil voor de vrijheden die ze ermee bekomen.

Welke partij hen die garanties kan bieden, was me op 10 juni ook niet helemaal duidelijk. Vast staat wel dat het niet SP.a-Spirit was.

Addendum (24 juni 2007):

Deze visie verklaart ook waarom SP.a tijdens campagnes moet terugvallen op inhoudloze slogans als “Ja!” en “Socialisme is sexy”. Ook populistische programmapunten als het “gratis”-concept en “het geld halen waar het zit” moeten vooral vermijden dat de kiezer te weten komt waar de socialistische ideologie in werkelijkheid voor staat.




Een nieuwe posting! (En federale verkiezingen)

Waarde lezer

Ik heb in eeuwen geen artikel meer op mijn blog kunnen schrijven. Daarvoor zijn meerdere redenen.

Eerst en vooral: een compleet gebrek aan inspiratie. Uiteraard staan de media bol van interessante politieke en actuele thema’s; probleem is dat ik na vijf jaar LVSV Leuven zodanig in het klassiek-liberalisme ben getraind, dat ik de neiging heb opiniestukken te beperken tot twee zinnen, en dan meteen de indruk heb daarmee alles te hebben gezegd. De klassiek-liberale reflex is op zich ook niet zo moeilijk aan te leren: wie zich bij elke overheidshandeling de vraag stelt of de overheid zich met die handeling niet te veel met onze zaken bemoeit, heeft alvast een stap in de goede richting gezet. Ik zou onherroepelijk in herhaling vallen, mocht ik bij elk actueel thema dezelfde conclusie moeten maken.

In principe zouden de nakende verkiezingen een blog-topic bij uitstek moeten zijn. Maar laat ons eerlijk zijn: met nog een week te gaan was de verkiezingscampagne totnogtoe saaier dan een aflevering van Mooi en Medogenloos (de vergelijking met een soap lijkt ons trouwens best wel terecht). Veel heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de bitse strijd tussen VLD en CD&V al te vaak uitdraait op persoonlijke aanvallen, eerder dan op inhoudelijke debatten. Een ander belangrijk punt is dat de media de oppositie wat dood lijken te zwijgen. Mochten Dewinter of Dedecker wat vaker in beeld komen, zou de campagne ongetwijfeld al een stuk geanimeerder verlopen. Vlaams Belang lijkt echter wat uitgezongen te zijn - zoniet zingen ze toch steeds hetzelfde liedje. En dan bevinden zich aan linkerzijde nog PvdA dat nog steeds niet verder komt dan “Eerst de mensen niet de winst”, en het nieuwe CAP, dat op zijn website de verkiezingsmeetings in Antwerpen en Gent met resp. 50 en 80 bezoekers “geslaagd” noemt… Niet echt een voor de Vlaamse kiezersbevolking representatief aantal; bovendien vallen communistische partijen buiten mijn persoonlijk interesseveld.

Inhoudelijk heb ik er verder - net als de politici zelf, me dunkt - weinig over te melden. Het valt me alsnog op dat het kartel CD&V-N-VA ondanks zijn staatshervormingsgezinde houding toch blijft pieken in de peilingen. Die staatshervorming lijkt de inzet van 10 juni te worden. Dat het Vlaams Kartel ondanks de hervormingscampagne - die het zowel in Vlaanderen als Wallonië voert - toch blijft scoren (en misschien heeft de vroegere CVP zijn wederopstanding zelfs te danken aan die herwaardering van de Vlaamse eisen), bevestigt voor mij eens te meer dat in Vlaanderen een stevige basis aanwezig is voor - minstens - de overheveling van meer bevoegdheden naar de deelstaten. Ik schreef trouwens in het licht van deze (absoluut niet wetenschappelijk gegronde) vaststellingen eerder al een artikel. Met de commentaar van ene Joris (evenmin wetenschappelijk onderbouwd) op dit artikel ben ik het niet eens: de houding pro-bevoegdheidsverdeling is bij het Vlaams Kartel - en trouwens ook bij Vlaams Belang - vandaag echt wel té expliciet geworden om te durven te stellen dat de kiezer er geen rekening mee houdt in het stemhokje. Stellen dat er een correlatie is tussen programma en media-présences van partijen enerzijds, en de electorale gevolgen ervan anderzijds heeft dan misschien geen door mij onderzochte wetenschappelijke grond, maar kan toch minstens doorgaan als een understatement.

Ten tweede stond dit semester vaak in het teken van Silk Road. Met zo goed als elk weekeinde een optreden en door onze (overigens succesvolle) CD-verkoop, schreef ik vooral teksten over de groep, en niet over politieke of andere thema’s. Aangezien ik deze tekst, zoals de Anime-besprekingen, niet meer op mijn hoofdpagina publiceer maar op een apart tab-blad, krijg je meteen de indruk dat sinds Colin Farrells bezoek aan Kinepolis Brugge, nog maar weinig interessants in mijn leven is gebeurd (en dan ga ik er nog van uit dat een bezoek van Colin Farrell een interessante gebeurtenis is!). Wie er de Silk Road-pagina’s op naleest, zal alvast kunnen beamen dat het mij tijdens dit tweede semester in elk geval niet aan muzikale bevrediging ontbrak. Het wordt er voor ons trouwens alleen maar spannender op: op 6 juli treden we op in Kinepolis Brugge, op 26 september op Crocrock in Westrozebeke, samen met Mint en Larsson.

Ook de derde en laatste reden van het gebrek aan nieuwe artikels vind je op mijn blog terug: de pagina met papers en opdrachten voor mijn studies, werd, naast die van Silk Road, ook geregeld aangevuld. Het tweede semester is, zowel in tweede als derde licentie, met verschillende keuzevakken, werkcolleges en seminarie, bron van vele intellectuele inspanningen. Zulke taken nemen echter de nodige tijd in beslag. Na dagen achter een PC zitten om een paper te schrijven is ontspannen met een blog-artikel op diezelfde PC alles behalve vanzelfsprekend.

Achter de wolken schijnt de zon, waarde lezer. Ik hoop u na 10 juni weer van de nodige portie lectuur te kunnen voorzien, tenzij de examens roet in het eten gooien. Een paar maanden herbronnen zal voor mijn inspiratie alvast geen nefaste gevolgen hebben. Dit eerste artikel in een lange tijd mag er alvast een bewijs voor zijn.




Colin Farrell In Bruges

In februari starten de opnames van “In Bruges“, een zwarte misdaadkomedie met Colin Farrell (Phonebooth, Alexander, Miami Vice) en Ralph Fiennes (Harry Potter, Red Dragon) in de hoofdrollen. De film speelt zich voor een groot deel in Brugge af. De opnames in Brugge vinden plaats in februari en maart, in musea en openbare gebouwen, maar ook en vooral in het toeristische centrum van de stad. Intussen loopt het storm voor figurantenrollen en duiken er steeds meer berichten over een in Brugge gespotte Colin Farrell op, die hier al zijn dagen doorbrengt als voorbereiding op de film.

Gisteravond kwam de Ierse acteur even een filmpje meepikken in Kinepolis Brugge. Een van mijn (vrouwelijke) collega’s herkende hem, ondanks zijn behoorlijk goede vermomming. We wisten hem na z’n film te strikken voor een foto. Het leuke is dat er verder geen enkele bezoeker de man is opgevallen.

Jetti, ikzelf, Stef, Colin Farrell, Mike, Diether en pa van Mike

Farrell heeft ons nadien beloofd om de première van “In Bruges” te komen bijwonen in Kinepolis Brugge. De film verschijnt in 2008.




De ware aard van het kapitaal

Kapitaal

De VRT toont zijn ware aard.




Minder overheid, minder extreem-rechts

Verkiezing na verkiezing stellen burgers aan hun beleidsmakers dezelfde vraag: hoe stoppen we de opmars van extremistische politieke partijen, in het bijzonder Vlaams Belang, in Vlaanderen? Die beleidsmakers hebben nochtans wel degelijk steeds op onze eisen gereageerd. Sinds de eerste Zwarte Zondag in 1991 hebben ze verschillende maatregelen getroffen om de verzuring tegen te gaan, en de onvrede van de burgers jegens de politieke klasse in te perken.

Er werden ombudsdiensten geïnstalleerd op federaal en deelstatelijk niveau, het verbod op discriminatie werd verder gepreciseerd, het Octopusakkoord hervormde de politie, de openbaarheid van bestuur werd een grondbeginsel van de administratieve diensten, straatbarbecues waren eventjes heel populair, verschillende andere projecten kregen subsidies, en onze media, vooral de openbare omroep, namen enthousiast aan deze projecten deel (denk maar aan feel-good-shows zoals Fata Morgana).

Desondanks werd Vlaams Belang steeds groter, en bij de regionale verkiezingen van 2004 werd de partij de grootste van Vlaanderen.

Daar kijkt een klassiek-liberaal niet echt van op. Eén methode tegen extreem-rechts is immers nog onbeproefd: het afbouwen van de overheid. Deze methode staat haaks op alle hierboven genoemde beleidsprojecten. Burgers zullen steeds de overheid aansprakelijk stellen voor het falen van handelingen die alleen de overheid kan stellen, zelfs al heeft de overheid niet noodzakelijk schuld aan dat falen, of zelfs al heeft ze er alles aan gedaan het te voorkomen (met bv. bestuurlijke openbaarheid).

Mochten diezelfde burgers morgen het trottoir voor hun deur in eigendom krijgen, dan kunnen zij de overheid niet langer aansprakelijk stellen voor losliggende tegels of onkruid. Geen haar op hun hoofd dat er dan aan zou denken voor Vlaams Belang te stemmen, want de overheid heeft helemaal geen fout gemaakt. In dit geval zal een rechter het probleem oplossen, niét de politici. Daarom ook is het mijn diepe geloof dat enkel overheidshandelingen aan de oorzaak van het succes van Vlaams Belang liggen: conflicten tussen burgers onderling - overigens al dan niet allochtoon - hebben met de rechtbanken in een rechtsstaat immers al een eigen efficiënte en rechtvaardige oplossing.

En eigenlijk is dat de kern van het liberalisme: wie vrijheid krijgt, neemt zijn verantwoordelijkheid op tegenover anderen, en draagt de aansprakelijkheid voor het belemmeren van andermans vrijheid. Het is deze kritische houding tegenover de overheid en machtshebbers, en het geloof dat vrijheid en individuele verantwoordelijkheid onvoorwaardelijk tot vooruitgang en welvaart leiden, en dus ook tot persoonlijk geluk, die liberalen stimuleren verder te blijven reageren tegen paternalisme en bemoeizucht vanwege politici.

Gepubliceerd in Blauwdruk, jaargang 34, 2006-2007, nummer 1.




De Lijn (2)

Antwoord van De Lijn omtrent het vorige artikel:

[De chauffeur] deed dit, omdat eten en drinken op de bus ten strengste verboden is. Als buschauffeur had hij daarom het volste recht u op zijn bus te weigeren. We hebben hem er wel op gewezen, dat hij de volgende keer niet zo drastisch moet handelen. Hij kon ook vriendelijk hebben verzocht om het blikje in de vuilnisbak te werpen, zo kon u alsnog meereizen.

Ik heb zelf gedurende zes jaar middelbaar onderwijs dagelijks gebruik gemaakt van De Lijn. Ik dacht dat - althans zo blijkt uit de verbodsbordjes - enkel ijsjes, friet en ander “risicovol” voedsel niet toegelaten waren (hoewel de chauffeurs indertijd ook dat tolereerden). Verder wil ik er niet veel woorden meer aan vuil maken: in Leuven kan ik als student gratis de bus nemen, maar toch verplaats ik me steeds te voet. Dat zegt genoeg, veronderstel ik.