Author Archive for coppenollew




Neutraliteit impliceert pluraliteit

“De kernvraag is niet of het verbod op het dragen van religieuze symbolen goed is voor de westerse maatschappij; de kernvraag is of het verbod de mensenrechten schendt. Pas als deze laatste vraag negatief wordt beantwoord, mag een verdediger van de westerse rechtsstaat de eerste vraag positief beantwoorden.”

Midden januari van dit jaar schreef ik een artikel omtrent het verbod op het dragen van een hoofddoek voor sommige ambtenaren. Ik werkte toen al aan een meer uitgebreide versie, waarin het recht op godsdienstvrijheid ruimer wordt behandeld. Deze versie heeft uiteindelijk de vorm aangenomen van mijn seminarie-essay voor de laatste licentie rechten. Ik koos als vak “Grondslagen van het Recht”, dat als hoofdthema voor het schrijven van het essay “Pluralisme in het recht” voorop stelde. Prof. dr. Matthias E. Storme begeleidde de totstandkoming van mijn werk.

Het eindresultaat vind je terug via deze link (pdf).




Het einde van het socialisme?

Logo SP.aSP.a-Spirit kreeg op 10 juni zware klappen. In de Kamer verloor de partij 7.2 % - goed voor een verlies van 9 zetels - en in de Senaat zelfs 8,7 % of 3 zetels. Dat paars afgestraft zou worden, stond voor iedereen vast. Dat die afstraffing echter minder zwaar zou zijn voor Open VLD dan voor de socialisten, was wel een kleine verrassing. Vande Lanotte presteerde nochtans niet slecht op debatten, voor opiniemakers of in de peilingen. Zijn uiteenzettingen waren steeds duidelijk en vlot. Vande Lanotte is bovendien erg intelligent en gebruikt zelden meer woorden dan nodig. Maar de maatschappelijke opinie is in de voorbije jaren gewijzigd. In die nieuwe visie is voor socialisme steeds minder plaats.

En een socialist, dat is Vande Lanotte ontegensprekelijk. Hoewel zijn partij niet meer het oubollige socialisme predikt, en - mogelijks onder invloed van kartelpartner Spirit - een aantal van de (liberale) basisprincipes in onze maatschappij erkent (eigendomsrecht, recht op vrije meningsuiting, vrije markt, …) zijn de correcties op die principes nog steeds van het zuiverste socialistische water.

Zo verzette Vandela zich op het laatste voorzittersdebat als enige voorzitter resoluut tegen een lastenverlaging, en wou hij daarentegen meer investeren in de individuele werknemers en werkzoekenden. Het proces dat - onder impuls van “progressief-links” - momenteel tegen Vlaams Belang loopt, getuigt eveneens van een dergelijke “correctie”. Het niet willen afbouwen van de lasten corrigeert dan weer ten nadele van het eigendomsrecht.

De tijden zijn echter veranderd. Ook de onderdrukte arbeider beschikt vandaag immers over internet, over tv en kranten, en heeft geen socialistische politici meer nodig om hem te helpen bij het vormen van een politieke opinie. Bovendien verliezen steeds meer kiezers hun geloof in de grote ideologische verhalen. De verzuiling is verdwenen (getuige hiervan o.m. de verschillende conflicten tussen SP.a en ABVV, of het verdwijnen van de Chiro-jeugd op de IJzerbedevaart). Burgers worden steeds vaker zwevende kiezers en durven steeds vaker openlijk praten over hun partijvoorkeur en hun politieke visie. Het ontstaan van de blogcultuur, ten slotte, heeft er ook voor gezorgd dat de burger voor het vormen van een mening niet meer alleen op de traditionele media is toegewezen, wel integendeel, hij kan er nu zelfs aan deelnemen.

Voornoemde “onderdrukte arbeider” - om met dat cliché verder te gaan - beseft daardoor vandaag des te meer dat hij en zijn ouders een leven lang belastingen hebben betaald en daar amper beter van zijn geworden. Hij weet zeer goed dat hij elke dag van zijn leven tegen zijn zin 8 uur lang aan de band staat en aan het eind van die dag minstens de helft van zijn loon in belastingen ziet opgaan. Na het werk rijdt hij met zijn collega’s naar een café om zijn zuurverdiende pint te drinken en een sigaret te roken. Drie activiteiten die hem trouwens nog een fortuin aan BTW en taksen hebben gekost.

Die verworpenen der aarde weten intussen zeer goed dat gratis bussen - of ze er nu gebruik van maken of niet - in werkelijkheid niet gratis zijn en in praktijk ook door hen worden betaald. Dat het socialistische beleid in Wallonië voor de arbeider meer tegen- dan voorspoed heeft gebracht. Dat onderwijs niet gratis is of hogere studies goedkoop, maar dat ook zij voor andermans studie betalen. Dat niet de werkgever maar het politieke beleid tot ontslagen in de automobielsector leidt. En dat Freya als ze “het geld wil halen waar het zit” dus ook die onderdrukte arbeider viseert.

Ten slotte neemt de ex-socialist het niet langer dat hij wordt behandeld als iemand die tegen zichzelf moet worden beschermd. En zelfs al zou hij erkennen dat het niet steeds eenvoudig is in een maatschappij als de onze, om je verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen daden, en de juiste keuzes op het juiste moment te maken, dan nog denkt geen haar op zijn hoofd er nog aan die verantwoordelijkheid dan maar in de handen van zijn socialistische beschermengel achter te laten.

Werknemers weten intussen dat liberalisme ook voor hen de beste oplossing is. Ze geloven in de vrije markt en zijn bereid zelf de liberale verantwoordelijkheden te dragen in ruil voor de vrijheden die ze ermee bekomen.

Welke partij hen die garanties kan bieden, was me op 10 juni ook niet helemaal duidelijk. Vast staat wel dat het niet SP.a-Spirit was.

Addendum (24 juni 2007):

Deze visie verklaart ook waarom SP.a tijdens campagnes moet terugvallen op inhoudloze slogans als “Ja!” en “Socialisme is sexy”. Ook populistische programmapunten als het “gratis”-concept en “het geld halen waar het zit” moeten vooral vermijden dat de kiezer te weten komt waar de socialistische ideologie in werkelijkheid voor staat.




Een nieuwe posting! (En federale verkiezingen)

Waarde lezer

Ik heb in eeuwen geen artikel meer op mijn blog kunnen schrijven. Daarvoor zijn meerdere redenen.

Eerst en vooral: een compleet gebrek aan inspiratie. Uiteraard staan de media bol van interessante politieke en actuele thema’s; probleem is dat ik na vijf jaar LVSV Leuven zodanig in het klassiek-liberalisme ben getraind, dat ik de neiging heb opiniestukken te beperken tot twee zinnen, en dan meteen de indruk heb daarmee alles te hebben gezegd. De klassiek-liberale reflex is op zich ook niet zo moeilijk aan te leren: wie zich bij elke overheidshandeling de vraag stelt of de overheid zich met die handeling niet te veel met onze zaken bemoeit, heeft alvast een stap in de goede richting gezet. Ik zou onherroepelijk in herhaling vallen, mocht ik bij elk actueel thema dezelfde conclusie moeten maken.

In principe zouden de nakende verkiezingen een blog-topic bij uitstek moeten zijn. Maar laat ons eerlijk zijn: met nog een week te gaan was de verkiezingscampagne totnogtoe saaier dan een aflevering van Mooi en Medogenloos (de vergelijking met een soap lijkt ons trouwens best wel terecht). Veel heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de bitse strijd tussen VLD en CD&V al te vaak uitdraait op persoonlijke aanvallen, eerder dan op inhoudelijke debatten. Een ander belangrijk punt is dat de media de oppositie wat dood lijken te zwijgen. Mochten Dewinter of Dedecker wat vaker in beeld komen, zou de campagne ongetwijfeld al een stuk geanimeerder verlopen. Vlaams Belang lijkt echter wat uitgezongen te zijn - zoniet zingen ze toch steeds hetzelfde liedje. En dan bevinden zich aan linkerzijde nog PvdA dat nog steeds niet verder komt dan “Eerst de mensen niet de winst”, en het nieuwe CAP, dat op zijn website de verkiezingsmeetings in Antwerpen en Gent met resp. 50 en 80 bezoekers “geslaagd” noemt… Niet echt een voor de Vlaamse kiezersbevolking representatief aantal; bovendien vallen communistische partijen buiten mijn persoonlijk interesseveld.

Inhoudelijk heb ik er verder - net als de politici zelf, me dunkt - weinig over te melden. Het valt me alsnog op dat het kartel CD&V-N-VA ondanks zijn staatshervormingsgezinde houding toch blijft pieken in de peilingen. Die staatshervorming lijkt de inzet van 10 juni te worden. Dat het Vlaams Kartel ondanks de hervormingscampagne - die het zowel in Vlaanderen als Wallonië voert - toch blijft scoren (en misschien heeft de vroegere CVP zijn wederopstanding zelfs te danken aan die herwaardering van de Vlaamse eisen), bevestigt voor mij eens te meer dat in Vlaanderen een stevige basis aanwezig is voor - minstens - de overheveling van meer bevoegdheden naar de deelstaten. Ik schreef trouwens in het licht van deze (absoluut niet wetenschappelijk gegronde) vaststellingen eerder al een artikel. Met de commentaar van ene Joris (evenmin wetenschappelijk onderbouwd) op dit artikel ben ik het niet eens: de houding pro-bevoegdheidsverdeling is bij het Vlaams Kartel - en trouwens ook bij Vlaams Belang - vandaag echt wel té expliciet geworden om te durven te stellen dat de kiezer er geen rekening mee houdt in het stemhokje. Stellen dat er een correlatie is tussen programma en media-présences van partijen enerzijds, en de electorale gevolgen ervan anderzijds heeft dan misschien geen door mij onderzochte wetenschappelijke grond, maar kan toch minstens doorgaan als een understatement.

Ten tweede stond dit semester vaak in het teken van Silk Road. Met zo goed als elk weekeinde een optreden en door onze (overigens succesvolle) CD-verkoop, schreef ik vooral teksten over de groep, en niet over politieke of andere thema’s. Aangezien ik deze tekst, zoals de Anime-besprekingen, niet meer op mijn hoofdpagina publiceer maar op een apart tab-blad, krijg je meteen de indruk dat sinds Colin Farrells bezoek aan Kinepolis Brugge, nog maar weinig interessants in mijn leven is gebeurd (en dan ga ik er nog van uit dat een bezoek van Colin Farrell een interessante gebeurtenis is!). Wie er de Silk Road-pagina’s op naleest, zal alvast kunnen beamen dat het mij tijdens dit tweede semester in elk geval niet aan muzikale bevrediging ontbrak. Het wordt er voor ons trouwens alleen maar spannender op: op 6 juli treden we op in Kinepolis Brugge, op 26 september op Crocrock in Westrozebeke, samen met Mint en Larsson.

Ook de derde en laatste reden van het gebrek aan nieuwe artikels vind je op mijn blog terug: de pagina met papers en opdrachten voor mijn studies, werd, naast die van Silk Road, ook geregeld aangevuld. Het tweede semester is, zowel in tweede als derde licentie, met verschillende keuzevakken, werkcolleges en seminarie, bron van vele intellectuele inspanningen. Zulke taken nemen echter de nodige tijd in beslag. Na dagen achter een PC zitten om een paper te schrijven is ontspannen met een blog-artikel op diezelfde PC alles behalve vanzelfsprekend.

Achter de wolken schijnt de zon, waarde lezer. Ik hoop u na 10 juni weer van de nodige portie lectuur te kunnen voorzien, tenzij de examens roet in het eten gooien. Een paar maanden herbronnen zal voor mijn inspiratie alvast geen nefaste gevolgen hebben. Dit eerste artikel in een lange tijd mag er alvast een bewijs voor zijn.




Colin Farrell In Bruges

In februari starten de opnames van “In Bruges“, een zwarte misdaadkomedie met Colin Farrell (Phonebooth, Alexander, Miami Vice) en Ralph Fiennes (Harry Potter, Red Dragon) in de hoofdrollen. De film speelt zich voor een groot deel in Brugge af. De opnames in Brugge vinden plaats in februari en maart, in musea en openbare gebouwen, maar ook en vooral in het toeristische centrum van de stad. Intussen loopt het storm voor figurantenrollen en duiken er steeds meer berichten over een in Brugge gespotte Colin Farrell op, die hier al zijn dagen doorbrengt als voorbereiding op de film.

Gisteravond kwam de Ierse acteur even een filmpje meepikken in Kinepolis Brugge. Een van mijn (vrouwelijke) collega’s herkende hem, ondanks zijn behoorlijk goede vermomming. We wisten hem na z’n film te strikken voor een foto. Het leuke is dat er verder geen enkele bezoeker de man is opgevallen.

Jetti, ikzelf, Stef, Colin Farrell, Mike, Diether en pa van Mike

Farrell heeft ons nadien beloofd om de première van “In Bruges” te komen bijwonen in Kinepolis Brugge. De film verschijnt in 2008.




De ware aard van het kapitaal

Kapitaal

De VRT toont zijn ware aard.




Minder overheid, minder extreem-rechts

Verkiezing na verkiezing stellen burgers aan hun beleidsmakers dezelfde vraag: hoe stoppen we de opmars van extremistische politieke partijen, in het bijzonder Vlaams Belang, in Vlaanderen? Die beleidsmakers hebben nochtans wel degelijk steeds op onze eisen gereageerd. Sinds de eerste Zwarte Zondag in 1991 hebben ze verschillende maatregelen getroffen om de verzuring tegen te gaan, en de onvrede van de burgers jegens de politieke klasse in te perken.

Er werden ombudsdiensten geïnstalleerd op federaal en deelstatelijk niveau, het verbod op discriminatie werd verder gepreciseerd, het Octopusakkoord hervormde de politie, de openbaarheid van bestuur werd een grondbeginsel van de administratieve diensten, straatbarbecues waren eventjes heel populair, verschillende andere projecten kregen subsidies, en onze media, vooral de openbare omroep, namen enthousiast aan deze projecten deel (denk maar aan feel-good-shows zoals Fata Morgana).

Desondanks werd Vlaams Belang steeds groter, en bij de regionale verkiezingen van 2004 werd de partij de grootste van Vlaanderen.

Daar kijkt een klassiek-liberaal niet echt van op. Eén methode tegen extreem-rechts is immers nog onbeproefd: het afbouwen van de overheid. Deze methode staat haaks op alle hierboven genoemde beleidsprojecten. Burgers zullen steeds de overheid aansprakelijk stellen voor het falen van handelingen die alleen de overheid kan stellen, zelfs al heeft de overheid niet noodzakelijk schuld aan dat falen, of zelfs al heeft ze er alles aan gedaan het te voorkomen (met bv. bestuurlijke openbaarheid).

Mochten diezelfde burgers morgen het trottoir voor hun deur in eigendom krijgen, dan kunnen zij de overheid niet langer aansprakelijk stellen voor losliggende tegels of onkruid. Geen haar op hun hoofd dat er dan aan zou denken voor Vlaams Belang te stemmen, want de overheid heeft helemaal geen fout gemaakt. In dit geval zal een rechter het probleem oplossen, niét de politici. Daarom ook is het mijn diepe geloof dat enkel overheidshandelingen aan de oorzaak van het succes van Vlaams Belang liggen: conflicten tussen burgers onderling - overigens al dan niet allochtoon - hebben met de rechtbanken in een rechtsstaat immers al een eigen efficiënte en rechtvaardige oplossing.

En eigenlijk is dat de kern van het liberalisme: wie vrijheid krijgt, neemt zijn verantwoordelijkheid op tegenover anderen, en draagt de aansprakelijkheid voor het belemmeren van andermans vrijheid. Het is deze kritische houding tegenover de overheid en machtshebbers, en het geloof dat vrijheid en individuele verantwoordelijkheid onvoorwaardelijk tot vooruitgang en welvaart leiden, en dus ook tot persoonlijk geluk, die liberalen stimuleren verder te blijven reageren tegen paternalisme en bemoeizucht vanwege politici.

Gepubliceerd in Blauwdruk, jaargang 34, 2006-2007, nummer 1.




De Lijn (2)

Antwoord van De Lijn omtrent het vorige artikel:

[De chauffeur] deed dit, omdat eten en drinken op de bus ten strengste verboden is. Als buschauffeur had hij daarom het volste recht u op zijn bus te weigeren. We hebben hem er wel op gewezen, dat hij de volgende keer niet zo drastisch moet handelen. Hij kon ook vriendelijk hebben verzocht om het blikje in de vuilnisbak te werpen, zo kon u alsnog meereizen.

Ik heb zelf gedurende zes jaar middelbaar onderwijs dagelijks gebruik gemaakt van De Lijn. Ik dacht dat - althans zo blijkt uit de verbodsbordjes - enkel ijsjes, friet en ander “risicovol” voedsel niet toegelaten waren (hoewel de chauffeurs indertijd ook dat tolereerden). Verder wil ik er niet veel woorden meer aan vuil maken: in Leuven kan ik als student gratis de bus nemen, maar toch verplaats ik me steeds te voet. Dat zegt genoeg, veronderstel ik.




Agressie bij De Lijn

De Lijn Dinsdag 17 oktober 2006. Een goede vriendin van me neemt even voor 8 uur ’s morgens de bus in het centrum van Brugge. Ze is niet lang uit bed en trekt een blikje cola open in de hoop sneller wakker te worden.

Aan de eerstvolgende halte - ze zit geen volle twee minuten op de bus en is zich van geen kwaad bewust - stopt de chauffeur, en dwingt haar tot haar verwondering uit te stappen: flesjes op de bus worden door hem nog net getolereerd, maar blikjes niet, zo stelt hij…

Mijn vriendin weigert eerst uit te stappen. Ze heeft voor de rit betaald en bovendien maakt ze zowat dagelijks gebruik van De Lijn: met een blikje drank, en zonder het gezeur. De verzuchtingen van de mede-reizigers doen haar ondanks enig protest toch de bus verlaten. Bovendien beweert de chauffeur dat het reglement van De Lijn het gebruik van blikjes op de bus verbiedt. Moeilijk om daar tegenin te gaan: heeft iemand ooit het reglement van De Lijn doorgenomen?

Uiteraard niet. De Lijn heeft een monopolie en beslist autonoom, dus wat doet zo’n reglement ertoe.

Luttele minuten later stopt de volgende Lijnbus - de halte bevindt zich in het centrum en er komen dus veel lijnen voorbij - en de chauffeur laat mijn vriendin, en het omstreden blikje, zonder probleem instappen.

Dus wat doet zo’n reglement ertoe.

Wanneer ze aan het station van Brugge uitstapt, staat het ACW er badges uit te delen voor meer verdraagzaamheid jegens de Lijn-chauffeurs…

De ombudsdienst van De Lijn heeft beloofd haar op de hoogte te houden. En ik, op mijn beurt, beloof u op de hoogte te houden: wordt vervolgd.

In de tussentijd roep ik alle chauffeurs van De Lijn op tot kalmte en meer verdraagzaamheid jegens de reizigers.




Was wollen wir trinken, sieben Tage lang: een week Rheinland-Pfalz in een notendop

Rheinland-PfalzNa een zware periode van herexamens pleegt een mens te snakken naar een weekje uitgebreid ontspannen. Nathalie, Stijn, Bram en ik trokken naar het noordwesten van de Duitse deelstaat Rijnland-Palts, het Duitse landgebied dat zich vlakbij de grens van België en Luxemburg bevindt, middenin het prachtige Eifelgebergte dat wordt gekenmerkt door veel groen, reusachtige meren, grenzeloze Duitse gastvrijheid, rust en kalmte.

Hieronder vind je een uitgebreid verslag van deze aanrader, met tekst en beeld van dag tot dag!

Dag één: aankomst in Duitsland, Aachen, Gemünd, Köln

Dom van AkenWe vertrekken in Leuven op zaterdag 16 september rond 15u15. De weergoden zijn ons gunstig gezind: het is een heerlijk weertje. Aankomst in Duitsland om 16u15, om meteen de autosnelweg te verlaten en in Aken aan te komen rond 16u30. We picknicken op enkele tientallen meter van de in 1257 gebouwde Marschiertor, die een van de grootste bewaarde stadspoorten van West-Europa is. Daarna wandelen we eventjes het vrij kleine, maar gezellige centrum van Aken binnen. Zowat alle stadskernen van grootsteden in het Rijnland zijn grotendeels verkeersvrij. Dat zorgt ervoor dat elk stadscentrum gevuld is met terrasjes, zo ook het plein dat de indrukwekkende dom van Aken omringt. Omdat we nog ver van onze bestemming zijn, beperken we ons bezoek tot een wandelingetje rond de dom, en uiteraard de eerste größer Bitburger van ons tripje, op een terrasje in de schaduw van het Akense Rathaus. Een leuke Sehenswürdigkeit in deze gezellige stad is Hünerbein, naar verluidt een van de grootste modelbouwwinkels (voor treinen) van Duitsland. De winkel bevindt zich op de Markt van Aken. Vergeet overigens niet dat de meeste Duitse winkels op zaterdag ten laatste om 16u dichtgaan.

RurseeKort na 18u00, we zijn dan nog op enkele kilometers van onze verblijfplaats, ontdekken we voor het eerst de pracht van deze streek. Vanop de autoweg zien we ver in de diepte een schitterend meer liggen, de Rursee. We houden er even halt voor enkele foto’s en een wandelingetje door de uitgestrekte velden in dit gebied. Ook de echo is van de partij en houdt zijn imitatie van onze geluiden bijna drie seconden lang vol… (Zie ook het recentste knipoogje.)

Rond 19u00 komen we aan in Gemünd, een klein dorpje dat behoort tot de stad Schleiden. Gemünd bevindt zich ongeveer in het midden van alle bezienswaardigheden in deze streek: in vogelvlucht bevinden pakweg Aken, Keulen, Bonn, Prüm, Bitburg en Luxemburg zich allemaal op maximum 80 km afstand. Gelukkig zijn de Duitse wegen van vrij goede kwaliteit, want veel autosnelwegen zijn er in deze streek niet. Verkeersborden zijn er in overvloed - van de 20 miljoen Duitse verkeersborden moet er in de komende jaren zelfs een derde weer verdwijnen -, zodat je ook langs de kleinste landwegjes probleemloos je bestemming terugvindt.
Ons appartement bevindt zich op de Salzberg in het naar deze heuvel genoemde Ferienwohnpark. Je voelt je er snel thuis: de flatjes zijn gezellig ingericht, hebben een grote keuken, veel verlichting, ruime kamers en veel opbergplaats, op z’n Duits dus. Bovendien kijkt het buitenterras uit op het berglandschap van deze streek. De verstikkende duisternis die ’s nachts over de omringende velden neerdwaalt, heeft onze Vlaamse contreien al jaren geleden verlaten…

Het voordeel voor iemand die, zoals ik, een totale leek in de keuken is, is dat je je ongegeneerd mag laten verwennen door keukenprinses en -prins Nathalie en Stijn. Men verleent je dit privilege onder de voorwaarde dat je afwast en de tafel dekt - en zeg nu zelf: over zo’n beslissing hoef je niet lang na te denken…

Hoewel we na het eten (en dus de afwas) allemaal doodmoe zijn, beslissen we om op deze zaterdagavond toch nog de auto in te stappen en naar Keulen te rijden, dat zich in de naburige deelstaat Nordrhein-Westfalen bevindt. We vertrekken pas om 22h30 en komen iets voor middernacht in de grootstad aan. Wie in Keulen een parkeerplaats wil vinden, slaat het best een zijstraatje van de Ring in. Het centrum binnenrijden is een onmogelijke opdracht, en wie zijn auto in de buurt van de Rijn plaatst, bevindt zich sowieso op korte wandelafstand van de Keulense dom.

KeulenEn die dom, mogelijks een van de bekendste ter wereld, mag er wezen. Een indrukwekkend gebouw, dat momenteel voor restauratie in de steigers staat. De dom is door jarenlange uitstoot van uitlaatgassen, mede door de aanwezigheid van het station op amper 100 meter, bijna zwartgeblakerd. Jammer, want de omvang en grootte van het gebouw zouden nog meer imponeren na een flinke poetsbeurt…

Op de panoramische foto kun je een aantal van de belangrijkste plaatsen zien, die we hebben bezocht. Op (1) stonden we geparkeerd. Het musical-theater van Keulen bevindt zich op (2), het station op (3) en de dom van Keulen op (4).

Wat je op de foto ziet, is what you get: Keulen is een zeer drukke, bijna chaotische grootstad, waar ook na middernacht veel volk op de baan is. Keulen is ook vrij vuil, de mensen zijn er meer gehaast en veel minder vriendelijk dan in Rijnland-Palts. Opvallend is dat er weinig van onze leeftijdsgenoten op de baan zijn: de gemiddelde uitgaansleeftijd lijkt hier boven de 25 te liggen. We mogen ook proeven van het chauvinisme van de Keulenaar: cafés serveren hier bijna alleen de Kölschner Pils, en wanneer uit de boxen van een druk bezocht danscafé de hymne van FC Köln weerklinkt, lijkt Duitsland weer eventjes te klein voor zoveel enthousiast geweld…

Verder is Keulen helemaal niet zo indrukwekkend. Gelukkig vinden we in de binnenstad een gezellig cafeetje waar een robot-accordeonist - Günther genaamd - de bezoekers tot een gat in de nacht weet te verleiden tot een zangfeest waarbij elke Leuvense cantus verbleekt. Veel van de Duitse liederen hebben een Nederlandstalige dubbelganger, of hebben we op cantussen gezongen. Op de menu-kaart lezen we dat een van de specialiteiten de naam “Dicke Pitter” draagt. Nadat we met ons onbedaarlijk gelach zijn opgehouden, beslissen we op zoek te gaan naar de betekenis van deze naam.

Om 2u00 houden we ‘t bij Günther voor bekeken. In een nachtwinkel halen we enkele halve liters Bitburger en daarna gaan we aan de oevers van de Rijn zitten, voor het theater (zie (2) op de foto). Meer moet het niet zijn: rust, nacht, een brede rivier waar zelfs op dit uur nog een enkele boot voorbijkomt. En een Duits biertje.

Iets na 4u komen we weer in Gemünd aan. Dag één zit erop.

Dag twee: de thuisstreek verkennen, mini-golf, Einruhr, K7

BramNa lang zoeken slagen we erin brood te vinden voor ons ontbijt. Ongesneden weliswaar, want op zondag gebruikt de bakker zijn snijmachine niet. Even voor de middag gaan we mini-golfen in het centrum van Gemünd. De golfbaan ligt aan een uitloper van het Nationalpark Eifel, waarover we straks nog schrijven. De baan is 45 jaar oud, zo weet de uitbater ons te vertellen. Hij is er zelf als kind nog komen spelen. Bram verslaat ons allemaal met de vingers in de neus. Meer wil ik bijgevolg ook niet over het mini-golfen kwijt: de herinnering aan het verlies ligt me nog te vers in het geheugen…

RurmeerDaarna rijden we naar Einruhr, het dorpje dat in het Rurdal aan de Rursee ligt. De weerspiegeling van Einruhr in het meer levert ’s avonds prachtige beelden op. Einruhr is vrij toeristisch: je kunt er het Rurmeer bevaren met toeristische boot. Je kunt er ook een ritje maken tussen Einruhr en Erkensruhr met een authentieke postkoets. Overigens nog even waarschuwen dat je Einruhr het best met de wagen bezoekt: tanks zijn in het dorp niet toegelaten (zie foto).

Einruhr Terrasje in Einruhr
Na een terrasje in dit gezellige, kleine gemeentje gaan we terug naar ons appartement voor een uitgebreid aperitief. Daarna beslissen we om wat rond te wandelen in de omgeving van ons appartement. Gemünd is, zoals ik eerder al schreef, zeer rustig, heel groen en behoorlijk klein. Net buiten de dorpskern ligt ook een jeugdherberg.
Bram, Hans, Nathalie, Stijn, Helmuth, Nathalie, WillemDoor een speling van het lot (lees: een volle blaas) ontdekken we de “K7″, een typisch Duits volkscafeetje, niet al te ver van het Gemündse centrum. We ontmoeten er de lieve café-Cheffin Nathalie, haar zoon Michel en Helmut, een van de vaste klanten van de K7. Wanneer de Duitsers vernemen dat we erin geslaagd zijn een gitaar over de Duitse grens te smokkelen, weten ze met hun plezier geen blijf: nadat ze weinig hebben moeten aandringen, gaan we in op de uitnodiging de volgende avond een mini-schlagerconcertje voor hen te geven.

Ook in de K7 weet niemand ons te vertellen wat “Dicke Pitter” is. Dat die naam in het Nederlands toch “ein bisschen erotisch” is, leidt niettemin voor de tweede avond op rij tot hilariteit alom, ook bij de sympathieke café-gasten. Wie zei daar ook alweer dat Duitsers niet kunnen lachen?? (Oh ja, dat was ikzelf…)

Dag drie: rustdag, K7-concert

Van de derde dag maken we gretig gebruik om uitgebreid uit te rusten. In Duitsland is relaxen alleen maar toegestaan als je er voldoende zweet voor overhebt: een Duits Ferienpark zonder sauna is als een Vlaams café zonder bier en we genieten dan ook met volle teugen van de voetbadjes, de koudwaterdouche en de vrij ruime sauna. Vrouwen en mannen gebruiken de sauna’s in Duitsland samen, een concept dat ondergetekende alleen maar kan toejuichen. Mis na 20 minuten afzien in de hitte niet het genot van een ijskoude douche of een sprong in het koudwaterbad: je kunt erna de hele wereld aan.

Nathalie verwent ons ’s avonds met een heerlijke maaltijd, zodat we er in de K7 stevig tegenaan kunnen gaan. Het concertje verloopt die avond beter dan we ooit hadden durven hopen. We blijven tot laat in de nacht doorspelen, het bier vloeit rijkelijk, maar de rekening wordt niet hoger: de café-gasten en zelfs het huis trakteren ons één voor één, zolang we maar hun verzoeknummers spelen. Gelukkig kennen onze Duitse vrienden naast “Was wollen wir trinken” en “Verdammt ich lieb’ dich” nog modernere muziek… En ook de nummers van Silk Road vallen in de smaak!

Dicke PitterEen nieuwe kennis, de plaatselijke ondernemer Hans, vertelt ons dat Dicke Pitter de grootste klok van de Keulense dom is. Deze kanjer weegt bijna 25 ton en heeft een diameter van net geen 3,5 meter. Een interessant weetje, dat wel, maar we hadden op een humoristischer antwoord gehoopt. Zouden die Duitsers dan toch geen gevoel voor humor hebben?

Het feestje duurt tot in de late uurtjes. Wanneer we die nacht naar huis wandelen, ontdekken we in de duisternis de Melkweg, recht boven ons terrasje. Het is de allereerste keer dat ik zo’n enorme massa sterren zie. De hemel met die ontelbare hoeveelheid sterren is in dit gebied echt bijzonder indrukwekkend.

Dag vier: Phantasialand

PhantasialandGedurende de voorbije twee dagen was het weer vrij miezerig. Er was amper zon te zien en de temperaturen haalden net de 20 graden niet. De Duitse tv voorspelde echter enige verbetering en op deze dinsdag leek het ons dan ook ideaal een bezoek aan het themapark Phantasialand te brengen. Rond 10u30 komen we bij het park aan. We hebben juist gegokt: er loopt bijna niemand in het park rond, en de wachttijden aan elke attractie zijn nooit hoger dan enkele minuten!

We zijn al sinds 8u30 uit bed en na het concert van de dag ervoor zijn we allemaal alles behalve uitgeslapen. In Phantasialand heeft men daarvoor een eenvoudige oplossing: de Black Mamba. Deze nieuwste attractie in het pretpark is een razendsnelle rollercoaster die je langs rotsen, vijvers en bomen slingert. Volgens de website van Phantasialand passeer je op sommige ogenblikken op amper 50 cm van de rotsen (een geluk dat ik dat op voorhand niet wist). Een ritje duurt amper 40 seconden, en neem het van ons aan: dat is lang genoeg - én je bent klaarwakker!

Phantasialand Phantasialand

Phantasialand is simpelweg prachtig! De decors zijn zeer verzorgd, het park is kraaknet en goed onderhouden. Elke attractie heeft een specifiek thema en dat wordt met mechanische poppen, muziek en licht, affiches en schilderijen, en zelfs bijhorende kleding voor de medewerkers van elke attractie duidelijk gemaakt. Ook schitterend is de manier waarop de verschillende attracties in elkaar verweven zijn: als je het water wil trotseren op de Splash, zie je tijdens het ritje de houten rollercoaster boven je hoofd passeren. Phantasialand is bovendien vrij groots: dobbertonnen en rollercoasters worden met liften omhoog gehesen, er zijn een zevental rollercoasters en twee waterattracties. Eén van die rollercoasters zit binnenin een gebouw, en gaat dwars door muren van de ene naar de andere ruimte, doorheen dubbele wanden, duistere ruimtes, … Op sommige attracties speelt Phantasialand echt met je waarnemingsvermogen, bv. net wanneer je je schrap zet voor een vrije val naar voren, valt je karretje zijwaarts naar beneden (bovendien neemt men uitgerekend op dit moment een foto…). Ook het oog voor detail van de bedenkers van de attracties dwingt respect af: een grote draaikolk bij de dobbertonnen, het ontwerp van de gebouwen, …

Phantasialand Phantasialand

Om 17u hebben we er genoeg van, niet omdat we moe zijn, maar wel misselijk…

’s Avonds schotelt Stijn ons een heerlijke gezonde maaltijd voor. We zijn allemaal kapot en gaan vroeg slapen, nadat we met een vijgenschnapps op een zalige dag hebben geklonken.

Dag vijf: Bonn

Na een lange nacht en een stevig ontbijt vertrekken we naar Bonn. We komen rond de middag aan en parkeren aan de Beethovenhalle - Ludwig van Beethoven werd in 1770 in deze stad geboren -, net buiten de Altstadt. Op enkele minuten wandeltijd ligt het geboortehuis van de componist, vlakbij de gezellige winkelstraatjes in het historische stadsgedeelte van Bonn. Beethoven was afkomstig van Mechelse grootouders, zo blijkt sinds een twintigtal jaar uit geboorteregisters; alle naambordjes in de stad werden dan ook aangepast van “von” naar “van Beethoven”.

Universiteit BonnIn deze stad bezoeken we de universiteit, die in een schitterend gebouw is gehuisvest. In het universiteitspark genieten we even van de zon die zich eindelijk weer laat zien. Daarna gaat het richting botanische tuin.

We beslissen met de wagen een andere kant van het centrum te bezoeken. Op de terugweg naar de auto stappen we even een sex-shop binnen - we zijn nu eenmaal in Duitsland, Mekka van de pornografie. Gelukkig slaagt Nathalie erin het hoofd koel te houden, en sleurt ze ons na enkele minuten alweer de winkel uit, zodat we van elke vorm van decadentie gespaard blijven. Of misschien lag de blik van de winkeluitbaatster aan de oorzaak daarvan: snel bleek dat haar shop volgens haar geen toeristische trekpleister is.

Nadat we de auto aan de andere kant van de stad hebben geparkeerd, worden we in een kleine hotelbar verwend met Beiers Erlinger-witbier en nacho’s. Onze honger is echter niet te stillen en de MacDonald’s is gelukkig in de buurt.

Kaffee BlauNa een korte wandeling zetten we ons rond 23u met gitaar in een van de wandelstraten in het centrum van Bonn. Tien nummers later hebben we een bedrag bijeengespeeld waarvoor ondergetekende meer dan drie uur in Kinepolis moet werken… Zei ik al dat de Rheinlanders zeer vriendelijk zijn?

Verder is Bonn zeer gezellig en - zoals de meeste gemeenten en steden die we op deze reis zien - kraaknet. Alleen lijkt de stad een beetje te zijn ingeslapen. “Saai”, zei men in de K7, maar zo ver zou ik niet gaan - misschien vinden de studenten dat wel. Sinds de hereniging van Duitsland zijn alle staatsorganen immers weer naar Berlijn verhuisd, zodat Bonn in principe niet veel betekenis meer heeft voor Duitsland.

We eindigen de avond in Kaffee Blau, het studentencafé bij uitstek. Rond 1u00 zijn we in Gemünd terug. Bram en ik drinken nog een Bitburger op ons terras. Voor de allereerste keer in mijn leven zie ik vallende sterren.

Mijn wensen zijn nog niet uitgekomen.

Dag zes: Bitburg, Biersdorf, Clervaux/Clerf, Dreiländerpunkt/Trois Frontières

Ook op de voorlaatste dag van ons verblijf gunnen we onszelf geen seconde rust. Het traject van vandaag telt een slordige 300 km.

In Bitburg bevond zich tot vrij kort een grote militaire basis. Toen de militairen enkele jaren geleden verhuisden naar een naburige basis, heeft de stad veel aan belang moeten inboeten. Gelukkig heeft Bitburg nog zijn in 1817 opgerichte Bitburger-brouwerij. De Bitburger is het meest getapte biertje van Duitsland en wordt “nach Deutschem Reinheitsgebot” gebrouwen. Dat betekent dat enkel de drie natuurlijke ingrediënten van bier worden gebruikt: water, gerst en hoppe. Wat na de productie overblijft, is een licht, bitter, karaktervol en dorstlessend pintje. Het kan aan mijn fanatieke liefde voor Rheinland-Pfalz liggen, en niet aan objectieve redenen, maar ik ben gek van de Bitburger.

Een rondleiding doorheen de brouwerij duurt bijna 3 uur, kan zowel in het Duits als in het Engels verlopen, en kost slechts 5 euro. We hebben de rondleiding niet gevolgd, bij gebrek aan tijd.

In Bitburg zelf valt niet meer veel te beleven. De sfeer in het stadje is gemoedelijk, en zoals overal is het heel netjes en kalm in de binnenstad. We proeven er van de plaatselijke specialiteiten: schnitzel of haantje (Hänchen) met een fris slaatje en uiteraard een groot glas Bitburger.

BiersdorfDaarna rijden we een tiental kilometer verder naar Biersdorf am See, een piepklein dorpje vlakbij Rittersdorf. Vlakbij het meer ligt het vakantiedomein Dorint, waar ik eerder al met mijn ouders en met LVSV Leuven verbleef. De zon laat ons niet in de steek wanneer we even aan het meer uitrusten. En hier is de echo mogelijks moediger dan deze aan de Rursee: enkele seconden lang herhaalt hij feilloos de beledigingen aan zijn adres; vermoedelijk heeft men tot in Rittersdorf onze bedenkingen opgevangen…

Na een korte wandeling rijden we naar Clervaux in Luxemburg.

Doel van deze laatste rit is onze voorraad drank en sigaretten aanvullen, en tanken. Sigaretten waren tot voor enkele maanden goedkoper in Duitsland dan in ons land, maar tegenwoordig kost een pakje van 24 sigaretten bijna een euro meer dan een pakje van 25 bij ons.

Our Clervaux
Pas rond 18u00 steken we de Our, de natuurlijke grens tussen Duitsland en Luxemburg, over en de zoektocht naar een geopende winkel lijkt eeuwig te duren. Pas meer dan een uur later vinden we in Hosingen een tankstation dat nog open is. Tussendoor zijn we aan een winkelcentrum gestopt waar Bram en ik enkele maanden daarvoor ook tijdens een (ander) LVSV-weekend hadden geshopt. Nutteloos detail, maar wel een heel groot toeval…

Monument DrielandenpuntWe rijden naar huis via het Drielandenpunt, waar de grenzen van België, Duitsland en Luxemburg samenkomen. Op deze plaats staat een Europees monument dat herinnert aan de oprichting van de unie van Europa. De ondertekenaar voor ons land was, zo leert het monument ons, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak.

Om 21u30 komen we thuis. Net op tijd voor nog een sauna-beurt.

Dag zeven: Nationalpark Eifel

Op deze laatste dag van de reis beslissen we het natuurreservaat rond Gemünd te bezoeken. Dit stuk van het Nationalpark Eifel was tot voor kort militair domein. De Belgische en Duitse militairen kwamen er geregeld voor oefeningen. Sinds nieuwjaar is het park vrij toegankelijk - althans voor wie de aangeduide paden volgt. Blijkbaar bevindt zich op het domein nog veel militair materiaal, en mag men om die reden de bossen en velden niet betreden. Dat komt goed uit voor de 230 bedreigde planten- en diersoorten die in het park wonen.

Middenin de bossen ligt de Urftsee, een 14km lang meer met een indrukwekkend grote stuwdam (Duitsers noemen die de Urftseestaumauer of Urfttalsperre… Ik houd het bij “dam”.). De dam werd gebouwd tussen 1900 en 1905 en is vandaag dus meer dan 100 jaar oud. De constructie overleefde quasi zonder enige schade zelfs de gerichte bombardementen van de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is quasi onmogelijk de omvang van dit bouwsel op foto vast te leggen.

Aan de overkant van het meer ligt een klein cafeetje waar we ons laten verleiden door het laatste terrasje van deze reis.
Urftseestaumauer
Op de terugweg dagen we elkaar nog wat uit verder te stappen naar Vogelsang, waarvan we denken dat het “slechts” een militaire kazerne is.

’s Avonds vergaat het lachen ons snel: in de K7 vertelt Hans ons dat Vogelsang onder het nationaal-socialisme een opleidingsschool was voor Hitlers elitetroepen. Het toenmalige project heette in de volksmond Napola en officieel NPEA of “Nationalpolitischen Erziehungsanstalten”. Op de site bevindt zich een groot internaat, sportzalen, zwembaden, … Er zijn, behalve Vogelsang, slechts twee gelijkaardige scholen van een dergelijk hoog niveau opgericht in het Derde Rijk (in Pommern en in Polen). Toen de nazi’s steeds meer terrein verloren in Duitsland, besliste Hitler de 40000 Napola-studenten (ook uit scholen van lager niveau) naar het front te sturen - voor sommigen van hen waren zelfs geen wapens meer. Meer dan de helft van de jongelui werd gedood.

Hans vertelt hoe hij er als zesjarige jongen één keer met school ging zwemmen en zich nog herinnert hoe een reusachtig hakenkruis de bodem van het zwembad “sierde”. Met zijn 100 ha oppervlakte zou Vogelsang bovendien het tweede grootste overblijvende nazi-gebouw ter wereld zijn. Pas sinds dit jaar is Vogelsang voor het publiek toegankelijk…

Zo hebben we er meteen een reden bij om naar deze streek terug te keren. We verdrinken onze frustratie met de twee rondjes die Hans ons in ruil voor “Angels” van Robbie Williams trakteert en weigeren het rondje van het huis… Morgen is het vroeg dag.

Dag acht: weer naar huis

We vertrekken vrij vroeg, want Bram en ik hebben die dag nog een repetitie en een optreden voor de boeg. Tien kilometer voor we de Belgische grens en de Hoge Venen bereiken, gebeurt datgene waar we zo behoedzaam voor zijn geweest: we worden geflitst…

We rijden ongeveer tien kilometer door de Hoge Venen, tussen de Belgische grens en Eupen. Zelfs wanneer Nathalie en Stijn in Leuven uitstappen, is de vakantiesfeer nog niet verdwenen…

In het universiteitspark van Bonn

Kort: deze reis is een aanrader voor al wie houdt van variatie: Rheinland-Pfalz biedt prachtige natuur en landschappen, nette en gezellige steden en zeer vriendelijke en gastvrije mensen. Gemünd of Schleiden zijn door hun centrale ligging de ideale verblijfplaatsen in deze regio.




De kiezer wil meer Vlaanderen

Vlaanderen past je perfectVlaanderen staat weer volop in de kijker. Vandaag stelde Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois het nieuwe logo van Vlaanderen voor promotie in het buitenland voor. Met de gemeentelijke en provinciale (en eigenlijk ook de federale) verkiezingen in ‘t verschiet, vragen we ons in deze tekst af of de Vlaamse burger zelf Vlaanderen wel zo belangrijk vindt, en of de Belgische deelstaten voor hem meer bevoegdheden moeten krijgen.

Vooreerst bekijken we het stemgedrag van de Vlaming. We koppelen daarbij het programma van de Vlaamse politieke partijen en hun in meerdere of mindere mate voorstander zijn van meer Vlaamse autonomie, aan het electoraal succes van deze partijen. Ten tweede gaan we ook na in welke mate onze politici op dit succes inspelen.

We legden eventjes de programma’s van de belangrijkste Vlaamse partijen naast elkaar. De Vlaamse partijen die te vinden zijn voor meer Vlaamse autonomie, dus confederalisme of onafhankelijkheid, bespreken we hieronder.

Vlaams Belang
Vlaams Belang: “Politieke actie voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen is het leidbeginsel van het Vlaams Belang en zal ook in de toekomst ons eerste principe blijven.” (eerste programmapunt)

Ongetwijfeld voelt veel van het kiezerspubliek van Vlaams Belang zich om andere redenen tot de partij aangetrokken. Ook vreemdelingenbeleid en criminaliteitsbestrijding zijn immers belangrijke programmapunten van VB. We mogen echter met vrij grote zekerheid stellen dat elke kiezer van VB op de hoogte is van de separatistische overtuigingen van de partij. Daarbij speelt de aanwezigheid van een Vlaamse Leeuw eveneens een belangrijke rol. Een zero-tolerante belgicist zal dus naar alle waarschijnlijkheid niet op VB stemmen: ofwel staat de VB-kiezer onverschillig tegenover onafhankelijkheid, ofwel is hij eerder voorstander ervan.

N-VA
N-VA: “Democratie en zelfbeschikkingsrecht zijn het belangrijkste uitgangspunt van de N-VA, ze vallen samen in de term “zelfbestuur”.” (eerste programmapunt algemeen ledencongres 20 mei 2002)

N-VA lijkt ons de Vlaamse partij bij uitstek te zijn die als enige programmapunt het streven naar Vlaamse onafhankelijkheid heeft. Het zou wat te ver gaan, mochten we N-VA een zweeppartij noemen, maar het staat wel vast dat de andere doelstellingen van de partij erg ondergeschikt zijn aan haar hoofddoel. Wie stemt voor N-VA, stemt dus voor onafhankelijkheid.

VLD
VLD: “(…) een verdere toewijzing van materiële bevoegdheden aan de gemeenschappen en de gewesten. De basis hiertoe vormen de vijf resoluties over de staatshervorming die in maart 1999 bijna unaniem door het Vlaams Parlement zijn goedgekeurd geweest.” (Visie inzake staatshervorming)

Men zou het wel eens durven te vergeten, maar ook VLD streeft naar meer Vlaamse autonomie. Je kunt echter moeilijk stellen dat elke VLD-kiezer voor meer Vlaanderen te vinden is. De partij telt dan wel een aantal ex-VU-kopstukken, maar er zijn ook mandatarissen zoals Herman De Croo die de huidige Belgische staat het liefst heropbouwen, en niet afbreken. Het valt dus te betwijfelen of dit VLD-standpunt veel succes heeft bij voorstanders van meer Vlaamse autonomie. Dat VLD in praktijk dit standpunt niet al te strikt naleeft, bevestigt deze stelling ongetwijfeld.

CD&V
CD&V: “Vlaanderen beschikt over alle beleidshefbomen om zonder inmenging of blokkering door Wallonië en België naar eigen inzicht en visie een project te realiseren voor een (h)echte Vlaamse Gemeenschap.” (Programma Vlaamse verkiezingen juni 2004)

Er is zonder twijfel een groeiende groep kiezers die voor CD&V stemt, nu de partij, vooral sinds de Vlaamse verkiezingen van 2004, duidelijk meer Vlaamse autonomie wil bereiken. Uiteraard heeft CD&V een loyale achterban, hoewel de Vlaamse tintjes ook veel ACW’ers voor het hoofd zullen stoten. Het kartel met N-VA bevestigt de aanwezigheid van die Vlaamse reflex, evenals de houding van Leterme als het om communautaire dossiers gaat. Men kan dus bezwaarlijk stellen dat de CD&V-kiezer niet op de hoogte is van de communautaire agenda van CD&V.

SPIRIT
SPIRIT: “Vlaanderen en Wallonië beslissen samen welke bevoegdheden gezamenlijk worden uitgeoefend. Op Belgisch niveau kiest SPIRIT dus resoluut voor het confederaal model.” (Programma Vlaamse verkiezingen juni 2004)

Blijft er nog het piepkleine SPIRIT over. Het is mij niet duidelijk waar de SPIRIT-kiezer op uit is. Is het het progressieve, jonge en linkse imago? Spelen de VU-geschiedenis en het regionalisme nog een rol? Waarschijnlijk beïnvloedt de kartelpartner het succes van SPIRIT bij Vlaamsgezinde kiezers in negatieve zin. Ten slotte houdt SPIRIT zich amper nog met flamingantische doelstellingen bezig, althans, zo lijkt het me te zijn. In elk geval telt de partij volgens peilingen gemiddeld slechts 3 % kiezers. Dat is ongeveer de helft van het N-VA-publiek.

Daarnaast bevinden zich nog een aantal flaminganten of confederalisten in andere partijen. We denken aan Louis Tobback van sp.a en Bart Staes van Groen!. Het is onmogelijk uit te vissen hoeveel kiezers voor de Vlaamsvoelendheid van deze twee heren vallen. Bijgevolg komen ze verder in deze tekst niet meer aan bod. Ze kunnen wel als levend bewijs gelden dat ook in andere partijen en zelfs aan de linkerzijde flaminganten terug te vinden zijn (zie ook de communistische ex-politicus Jef Turf en de filosoof Ludo Abicht).

Bekijken we vervolgens de verkiezingsresultaten van de Vlaamse verkiezingen van 2004, voor de hierboven vermelde partijen. Gemakkelijkheidshalve laten we SPIRIT buiten beschouwing. CD&V en N-VA (we veronderstellen dat N-VA 5 % van de kiezers heeft binnengehaald) halen samen met VB (en zonder VLD) al een meerderheid en zelfs al zou slechts de helft van de VLD- en CD&V-kiezers voor Vlaamse autonomie te vinden zijn, dan nog blijft die meerderheid pro-confederalisme of -separatisme zo goed als bewaard.

Uiteraard is dit alles behalve een wetenschappelijk onderbouwde visie: er zijn veel kiezers die amper weten waar een bepaalde partij voor staat, laat staan wat haar programma is. Niettemin moet zelfs de grootste criticaster toegeven dat bovenvermelde percentages dermate hoog zijn, dat je moeilijk de stelling kunt gaan tegenspreken, dat er in Vlaanderen een behoorlijk groot draagvlak bestaat voor meer Vlaamse autonomie. Ons standpunt wordt nog versterkt nu de roep naar een nieuwe staatshervorming ook in zowat alle Vlaamse politieke partijen steeds luider klinkt, terwijl media hierover uitgebreid berichten. Anders gezegd, je moet vandaag behoorlijk wereldvreemd zijn om niet te weten dat pakweg CD&V, N-VA en VB meer Vlaamse zelfstandigheid eisen.

Dat laatste is overigens een tweede opvallend feit. Wanneer verkiezingen naderen zijn zelfs de radicaalste socialisten voorstanders van meer Vlaamse autonomie. Zo komt het dat sp.a een regionalisering van de spoorwegen en van het werkgelegenheidsbeleid plots wel ziet zitten. Ook Groen! ziet de bui voor 2007 al hangen en heeft een aantal bevoegdheidsherverdelingen in haar programma staan.

Het bevestigt dat de Vlaamse reflex echt leeft onder de Vlaamse bevolking: als verkiezingen naderen zijn zelfs de radicaalste socialisten Vlaamsgezind(er). De enigen die dat schijnbaar niet beseffen zijn diezelfde politici, daags na de verkiezingen.

Schijnbaar, want ze weten dat ze na de verdwijning van het Belgische gedrocht op zoek moeten naar een nieuwe volkse reflex om stemmen te trekken.