Na een zware periode van herexamens pleegt een mens te snakken naar een weekje uitgebreid ontspannen. Nathalie, Stijn, Bram en ik trokken naar het noordwesten van de Duitse deelstaat Rijnland-Palts, het Duitse landgebied dat zich vlakbij de grens van België en Luxemburg bevindt, middenin het prachtige Eifelgebergte dat wordt gekenmerkt door veel groen, reusachtige meren, grenzeloze Duitse gastvrijheid, rust en kalmte.
Hieronder vind je een uitgebreid verslag van deze aanrader, met tekst en beeld van dag tot dag!
Dag één: aankomst in Duitsland, Aachen, Gemünd, Köln
We vertrekken in Leuven op zaterdag 16 september rond 15u15. De weergoden zijn ons gunstig gezind: het is een heerlijk weertje. Aankomst in Duitsland om 16u15, om meteen de autosnelweg te verlaten en in Aken aan te komen rond 16u30. We picknicken op enkele tientallen meter van de in 1257 gebouwde Marschiertor, die een van de grootste bewaarde stadspoorten van West-Europa is. Daarna wandelen we eventjes het vrij kleine, maar gezellige centrum van Aken binnen. Zowat alle stadskernen van grootsteden in het Rijnland zijn grotendeels verkeersvrij. Dat zorgt ervoor dat elk stadscentrum gevuld is met terrasjes, zo ook het plein dat de indrukwekkende dom van Aken omringt. Omdat we nog ver van onze bestemming zijn, beperken we ons bezoek tot een wandelingetje rond de dom, en uiteraard de eerste größer Bitburger van ons tripje, op een terrasje in de schaduw van het Akense Rathaus. Een leuke Sehenswürdigkeit in deze gezellige stad is Hünerbein, naar verluidt een van de grootste modelbouwwinkels (voor treinen) van Duitsland. De winkel bevindt zich op de Markt van Aken. Vergeet overigens niet dat de meeste Duitse winkels op zaterdag ten laatste om 16u dichtgaan.
Kort na 18u00, we zijn dan nog op enkele kilometers van onze verblijfplaats, ontdekken we voor het eerst de pracht van deze streek. Vanop de autoweg zien we ver in de diepte een schitterend meer liggen, de Rursee. We houden er even halt voor enkele foto’s en een wandelingetje door de uitgestrekte velden in dit gebied. Ook de echo is van de partij en houdt zijn imitatie van onze geluiden bijna drie seconden lang vol… (Zie ook het recentste knipoogje.)
Rond 19u00 komen we aan in Gemünd, een klein dorpje dat behoort tot de stad Schleiden. Gemünd bevindt zich ongeveer in het midden van alle bezienswaardigheden in deze streek: in vogelvlucht bevinden pakweg Aken, Keulen, Bonn, Prüm, Bitburg en Luxemburg zich allemaal op maximum 80 km afstand. Gelukkig zijn de Duitse wegen van vrij goede kwaliteit, want veel autosnelwegen zijn er in deze streek niet. Verkeersborden zijn er in overvloed - van de 20 miljoen Duitse verkeersborden moet er in de komende jaren zelfs een derde weer verdwijnen -, zodat je ook langs de kleinste landwegjes probleemloos je bestemming terugvindt.
Ons appartement bevindt zich op de Salzberg in het naar deze heuvel genoemde Ferienwohnpark. Je voelt je er snel thuis: de flatjes zijn gezellig ingericht, hebben een grote keuken, veel verlichting, ruime kamers en veel opbergplaats, op z’n Duits dus. Bovendien kijkt het buitenterras uit op het berglandschap van deze streek. De verstikkende duisternis die ’s nachts over de omringende velden neerdwaalt, heeft onze Vlaamse contreien al jaren geleden verlaten…
Het voordeel voor iemand die, zoals ik, een totale leek in de keuken is, is dat je je ongegeneerd mag laten verwennen door keukenprinses en -prins Nathalie en Stijn. Men verleent je dit privilege onder de voorwaarde dat je afwast en de tafel dekt - en zeg nu zelf: over zo’n beslissing hoef je niet lang na te denken…
Hoewel we na het eten (en dus de afwas) allemaal doodmoe zijn, beslissen we om op deze zaterdagavond toch nog de auto in te stappen en naar Keulen te rijden, dat zich in de naburige deelstaat Nordrhein-Westfalen bevindt. We vertrekken pas om 22h30 en komen iets voor middernacht in de grootstad aan. Wie in Keulen een parkeerplaats wil vinden, slaat het best een zijstraatje van de Ring in. Het centrum binnenrijden is een onmogelijke opdracht, en wie zijn auto in de buurt van de Rijn plaatst, bevindt zich sowieso op korte wandelafstand van de Keulense dom.
En die dom, mogelijks een van de bekendste ter wereld, mag er wezen. Een indrukwekkend gebouw, dat momenteel voor restauratie in de steigers staat. De dom is door jarenlange uitstoot van uitlaatgassen, mede door de aanwezigheid van het station op amper 100 meter, bijna zwartgeblakerd. Jammer, want de omvang en grootte van het gebouw zouden nog meer imponeren na een flinke poetsbeurt…
Op de panoramische foto kun je een aantal van de belangrijkste plaatsen zien, die we hebben bezocht. Op (1) stonden we geparkeerd. Het musical-theater van Keulen bevindt zich op (2), het station op (3) en de dom van Keulen op (4).
Wat je op de foto ziet, is what you get: Keulen is een zeer drukke, bijna chaotische grootstad, waar ook na middernacht veel volk op de baan is. Keulen is ook vrij vuil, de mensen zijn er meer gehaast en veel minder vriendelijk dan in Rijnland-Palts. Opvallend is dat er weinig van onze leeftijdsgenoten op de baan zijn: de gemiddelde uitgaansleeftijd lijkt hier boven de 25 te liggen. We mogen ook proeven van het chauvinisme van de Keulenaar: cafés serveren hier bijna alleen de Kölschner Pils, en wanneer uit de boxen van een druk bezocht danscafé de hymne van FC Köln weerklinkt, lijkt Duitsland weer eventjes te klein voor zoveel enthousiast geweld…
Verder is Keulen helemaal niet zo indrukwekkend. Gelukkig vinden we in de binnenstad een gezellig cafeetje waar een robot-accordeonist - Günther genaamd - de bezoekers tot een gat in de nacht weet te verleiden tot een zangfeest waarbij elke Leuvense cantus verbleekt. Veel van de Duitse liederen hebben een Nederlandstalige dubbelganger, of hebben we op cantussen gezongen. Op de menu-kaart lezen we dat een van de specialiteiten de naam “Dicke Pitter” draagt. Nadat we met ons onbedaarlijk gelach zijn opgehouden, beslissen we op zoek te gaan naar de betekenis van deze naam.
Om 2u00 houden we ‘t bij Günther voor bekeken. In een nachtwinkel halen we enkele halve liters Bitburger en daarna gaan we aan de oevers van de Rijn zitten, voor het theater (zie (2) op de foto). Meer moet het niet zijn: rust, nacht, een brede rivier waar zelfs op dit uur nog een enkele boot voorbijkomt. En een Duits biertje.
Iets na 4u komen we weer in Gemünd aan. Dag één zit erop.
Dag twee: de thuisstreek verkennen, mini-golf, Einruhr, K7
Na lang zoeken slagen we erin brood te vinden voor ons ontbijt. Ongesneden weliswaar, want op zondag gebruikt de bakker zijn snijmachine niet. Even voor de middag gaan we mini-golfen in het centrum van Gemünd. De golfbaan ligt aan een uitloper van het Nationalpark Eifel, waarover we straks nog schrijven. De baan is 45 jaar oud, zo weet de uitbater ons te vertellen. Hij is er zelf als kind nog komen spelen. Bram verslaat ons allemaal met de vingers in de neus. Meer wil ik bijgevolg ook niet over het mini-golfen kwijt: de herinnering aan het verlies ligt me nog te vers in het geheugen…
Daarna rijden we naar Einruhr, het dorpje dat in het Rurdal aan de Rursee ligt. De weerspiegeling van Einruhr in het meer levert ’s avonds prachtige beelden op. Einruhr is vrij toeristisch: je kunt er het Rurmeer bevaren met toeristische boot. Je kunt er ook een ritje maken tussen Einruhr en Erkensruhr met een authentieke postkoets. Overigens nog even waarschuwen dat je Einruhr het best met de wagen bezoekt: tanks zijn in het dorp niet toegelaten (zie foto).

Na een terrasje in dit gezellige, kleine gemeentje gaan we terug naar ons appartement voor een uitgebreid aperitief. Daarna beslissen we om wat rond te wandelen in de omgeving van ons appartement. Gemünd is, zoals ik eerder al schreef, zeer rustig, heel groen en behoorlijk klein. Net buiten de dorpskern ligt ook een jeugdherberg.
Door een speling van het lot (lees: een volle blaas) ontdekken we de “K7″, een typisch Duits volkscafeetje, niet al te ver van het Gemündse centrum. We ontmoeten er de lieve café-Cheffin Nathalie, haar zoon Michel en Helmut, een van de vaste klanten van de K7. Wanneer de Duitsers vernemen dat we erin geslaagd zijn een gitaar over de Duitse grens te smokkelen, weten ze met hun plezier geen blijf: nadat ze weinig hebben moeten aandringen, gaan we in op de uitnodiging de volgende avond een mini-schlagerconcertje voor hen te geven.
Ook in de K7 weet niemand ons te vertellen wat “Dicke Pitter” is. Dat die naam in het Nederlands toch “ein bisschen erotisch” is, leidt niettemin voor de tweede avond op rij tot hilariteit alom, ook bij de sympathieke café-gasten. Wie zei daar ook alweer dat Duitsers niet kunnen lachen?? (Oh ja, dat was ikzelf…)
Dag drie: rustdag, K7-concert
Van de derde dag maken we gretig gebruik om uitgebreid uit te rusten. In Duitsland is relaxen alleen maar toegestaan als je er voldoende zweet voor overhebt: een Duits Ferienpark zonder sauna is als een Vlaams café zonder bier en we genieten dan ook met volle teugen van de voetbadjes, de koudwaterdouche en de vrij ruime sauna. Vrouwen en mannen gebruiken de sauna’s in Duitsland samen, een concept dat ondergetekende alleen maar kan toejuichen. Mis na 20 minuten afzien in de hitte niet het genot van een ijskoude douche of een sprong in het koudwaterbad: je kunt erna de hele wereld aan.
Nathalie verwent ons ’s avonds met een heerlijke maaltijd, zodat we er in de K7 stevig tegenaan kunnen gaan. Het concertje verloopt die avond beter dan we ooit hadden durven hopen. We blijven tot laat in de nacht doorspelen, het bier vloeit rijkelijk, maar de rekening wordt niet hoger: de café-gasten en zelfs het huis trakteren ons één voor één, zolang we maar hun verzoeknummers spelen. Gelukkig kennen onze Duitse vrienden naast “Was wollen wir trinken” en “Verdammt ich lieb’ dich” nog modernere muziek… En ook de nummers van Silk Road vallen in de smaak!
Een nieuwe kennis, de plaatselijke ondernemer Hans, vertelt ons dat Dicke Pitter de grootste klok van de Keulense dom is. Deze kanjer weegt bijna 25 ton en heeft een diameter van net geen 3,5 meter. Een interessant weetje, dat wel, maar we hadden op een humoristischer antwoord gehoopt. Zouden die Duitsers dan toch geen gevoel voor humor hebben?
Het feestje duurt tot in de late uurtjes. Wanneer we die nacht naar huis wandelen, ontdekken we in de duisternis de Melkweg, recht boven ons terrasje. Het is de allereerste keer dat ik zo’n enorme massa sterren zie. De hemel met die ontelbare hoeveelheid sterren is in dit gebied echt bijzonder indrukwekkend.
Dag vier: Phantasialand
Gedurende de voorbije twee dagen was het weer vrij miezerig. Er was amper zon te zien en de temperaturen haalden net de 20 graden niet. De Duitse tv voorspelde echter enige verbetering en op deze dinsdag leek het ons dan ook ideaal een bezoek aan het themapark Phantasialand te brengen. Rond 10u30 komen we bij het park aan. We hebben juist gegokt: er loopt bijna niemand in het park rond, en de wachttijden aan elke attractie zijn nooit hoger dan enkele minuten!
We zijn al sinds 8u30 uit bed en na het concert van de dag ervoor zijn we allemaal alles behalve uitgeslapen. In Phantasialand heeft men daarvoor een eenvoudige oplossing: de Black Mamba. Deze nieuwste attractie in het pretpark is een razendsnelle rollercoaster die je langs rotsen, vijvers en bomen slingert. Volgens de website van Phantasialand passeer je op sommige ogenblikken op amper 50 cm van de rotsen (een geluk dat ik dat op voorhand niet wist). Een ritje duurt amper 40 seconden, en neem het van ons aan: dat is lang genoeg - én je bent klaarwakker!

Phantasialand is simpelweg prachtig! De decors zijn zeer verzorgd, het park is kraaknet en goed onderhouden. Elke attractie heeft een specifiek thema en dat wordt met mechanische poppen, muziek en licht, affiches en schilderijen, en zelfs bijhorende kleding voor de medewerkers van elke attractie duidelijk gemaakt. Ook schitterend is de manier waarop de verschillende attracties in elkaar verweven zijn: als je het water wil trotseren op de Splash, zie je tijdens het ritje de houten rollercoaster boven je hoofd passeren. Phantasialand is bovendien vrij groots: dobbertonnen en rollercoasters worden met liften omhoog gehesen, er zijn een zevental rollercoasters en twee waterattracties. Eén van die rollercoasters zit binnenin een gebouw, en gaat dwars door muren van de ene naar de andere ruimte, doorheen dubbele wanden, duistere ruimtes, … Op sommige attracties speelt Phantasialand echt met je waarnemingsvermogen, bv. net wanneer je je schrap zet voor een vrije val naar voren, valt je karretje zijwaarts naar beneden (bovendien neemt men uitgerekend op dit moment een foto…). Ook het oog voor detail van de bedenkers van de attracties dwingt respect af: een grote draaikolk bij de dobbertonnen, het ontwerp van de gebouwen, …

Om 17u hebben we er genoeg van, niet omdat we moe zijn, maar wel misselijk…
’s Avonds schotelt Stijn ons een heerlijke gezonde maaltijd voor. We zijn allemaal kapot en gaan vroeg slapen, nadat we met een vijgenschnapps op een zalige dag hebben geklonken.
Dag vijf: Bonn
Na een lange nacht en een stevig ontbijt vertrekken we naar Bonn. We komen rond de middag aan en parkeren aan de Beethovenhalle - Ludwig van Beethoven werd in 1770 in deze stad geboren -, net buiten de Altstadt. Op enkele minuten wandeltijd ligt het geboortehuis van de componist, vlakbij de gezellige winkelstraatjes in het historische stadsgedeelte van Bonn. Beethoven was afkomstig van Mechelse grootouders, zo blijkt sinds een twintigtal jaar uit geboorteregisters; alle naambordjes in de stad werden dan ook aangepast van “von” naar “van Beethoven”.
In deze stad bezoeken we de universiteit, die in een schitterend gebouw is gehuisvest. In het universiteitspark genieten we even van de zon die zich eindelijk weer laat zien. Daarna gaat het richting botanische tuin.
We beslissen met de wagen een andere kant van het centrum te bezoeken. Op de terugweg naar de auto stappen we even een sex-shop binnen - we zijn nu eenmaal in Duitsland, Mekka van de pornografie. Gelukkig slaagt Nathalie erin het hoofd koel te houden, en sleurt ze ons na enkele minuten alweer de winkel uit, zodat we van elke vorm van decadentie gespaard blijven. Of misschien lag de blik van de winkeluitbaatster aan de oorzaak daarvan: snel bleek dat haar shop volgens haar geen toeristische trekpleister is.
Nadat we de auto aan de andere kant van de stad hebben geparkeerd, worden we in een kleine hotelbar verwend met Beiers Erlinger-witbier en nacho’s. Onze honger is echter niet te stillen en de MacDonald’s is gelukkig in de buurt.
Na een korte wandeling zetten we ons rond 23u met gitaar in een van de wandelstraten in het centrum van Bonn. Tien nummers later hebben we een bedrag bijeengespeeld waarvoor ondergetekende meer dan drie uur in Kinepolis moet werken… Zei ik al dat de Rheinlanders zeer vriendelijk zijn?
Verder is Bonn zeer gezellig en - zoals de meeste gemeenten en steden die we op deze reis zien - kraaknet. Alleen lijkt de stad een beetje te zijn ingeslapen. “Saai”, zei men in de K7, maar zo ver zou ik niet gaan - misschien vinden de studenten dat wel. Sinds de hereniging van Duitsland zijn alle staatsorganen immers weer naar Berlijn verhuisd, zodat Bonn in principe niet veel betekenis meer heeft voor Duitsland.
We eindigen de avond in Kaffee Blau, het studentencafé bij uitstek. Rond 1u00 zijn we in Gemünd terug. Bram en ik drinken nog een Bitburger op ons terras. Voor de allereerste keer in mijn leven zie ik vallende sterren.
Mijn wensen zijn nog niet uitgekomen.
Dag zes: Bitburg, Biersdorf, Clervaux/Clerf, Dreiländerpunkt/Trois Frontières
Ook op de voorlaatste dag van ons verblijf gunnen we onszelf geen seconde rust. Het traject van vandaag telt een slordige 300 km.
In Bitburg bevond zich tot vrij kort een grote militaire basis. Toen de militairen enkele jaren geleden verhuisden naar een naburige basis, heeft de stad veel aan belang moeten inboeten. Gelukkig heeft Bitburg nog zijn in 1817 opgerichte Bitburger-brouwerij. De Bitburger is het meest getapte biertje van Duitsland en wordt “nach Deutschem Reinheitsgebot” gebrouwen. Dat betekent dat enkel de drie natuurlijke ingrediënten van bier worden gebruikt: water, gerst en hoppe. Wat na de productie overblijft, is een licht, bitter, karaktervol en dorstlessend pintje. Het kan aan mijn fanatieke liefde voor Rheinland-Pfalz liggen, en niet aan objectieve redenen, maar ik ben gek van de Bitburger.
Een rondleiding doorheen de brouwerij duurt bijna 3 uur, kan zowel in het Duits als in het Engels verlopen, en kost slechts 5 euro. We hebben de rondleiding niet gevolgd, bij gebrek aan tijd.
In Bitburg zelf valt niet meer veel te beleven. De sfeer in het stadje is gemoedelijk, en zoals overal is het heel netjes en kalm in de binnenstad. We proeven er van de plaatselijke specialiteiten: schnitzel of haantje (Hänchen) met een fris slaatje en uiteraard een groot glas Bitburger.
Daarna rijden we een tiental kilometer verder naar Biersdorf am See, een piepklein dorpje vlakbij Rittersdorf. Vlakbij het meer ligt het vakantiedomein Dorint, waar ik eerder al met mijn ouders en met LVSV Leuven verbleef. De zon laat ons niet in de steek wanneer we even aan het meer uitrusten. En hier is de echo mogelijks moediger dan deze aan de Rursee: enkele seconden lang herhaalt hij feilloos de beledigingen aan zijn adres; vermoedelijk heeft men tot in Rittersdorf onze bedenkingen opgevangen…
Na een korte wandeling rijden we naar Clervaux in Luxemburg.
Doel van deze laatste rit is onze voorraad drank en sigaretten aanvullen, en tanken. Sigaretten waren tot voor enkele maanden goedkoper in Duitsland dan in ons land, maar tegenwoordig kost een pakje van 24 sigaretten bijna een euro meer dan een pakje van 25 bij ons.

Pas rond 18u00 steken we de Our, de natuurlijke grens tussen Duitsland en Luxemburg, over en de zoektocht naar een geopende winkel lijkt eeuwig te duren. Pas meer dan een uur later vinden we in Hosingen een tankstation dat nog open is. Tussendoor zijn we aan een winkelcentrum gestopt waar Bram en ik enkele maanden daarvoor ook tijdens een (ander) LVSV-weekend hadden geshopt. Nutteloos detail, maar wel een heel groot toeval…
We rijden naar huis via het Drielandenpunt, waar de grenzen van België, Duitsland en Luxemburg samenkomen. Op deze plaats staat een Europees monument dat herinnert aan de oprichting van de unie van Europa. De ondertekenaar voor ons land was, zo leert het monument ons, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak.
Om 21u30 komen we thuis. Net op tijd voor nog een sauna-beurt.
Dag zeven: Nationalpark Eifel
Op deze laatste dag van de reis beslissen we het natuurreservaat rond Gemünd te bezoeken. Dit stuk van het Nationalpark Eifel was tot voor kort militair domein. De Belgische en Duitse militairen kwamen er geregeld voor oefeningen. Sinds nieuwjaar is het park vrij toegankelijk - althans voor wie de aangeduide paden volgt. Blijkbaar bevindt zich op het domein nog veel militair materiaal, en mag men om die reden de bossen en velden niet betreden. Dat komt goed uit voor de 230 bedreigde planten- en diersoorten die in het park wonen.
Middenin de bossen ligt de Urftsee, een 14km lang meer met een indrukwekkend grote stuwdam (Duitsers noemen die de Urftseestaumauer of Urfttalsperre… Ik houd het bij “dam”.). De dam werd gebouwd tussen 1900 en 1905 en is vandaag dus meer dan 100 jaar oud. De constructie overleefde quasi zonder enige schade zelfs de gerichte bombardementen van de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is quasi onmogelijk de omvang van dit bouwsel op foto vast te leggen.
Aan de overkant van het meer ligt een klein cafeetje waar we ons laten verleiden door het laatste terrasje van deze reis.

Op de terugweg dagen we elkaar nog wat uit verder te stappen naar Vogelsang, waarvan we denken dat het “slechts” een militaire kazerne is.
’s Avonds vergaat het lachen ons snel: in de K7 vertelt Hans ons dat Vogelsang onder het nationaal-socialisme een opleidingsschool was voor Hitlers elitetroepen. Het toenmalige project heette in de volksmond Napola en officieel NPEA of “Nationalpolitischen Erziehungsanstalten”. Op de site bevindt zich een groot internaat, sportzalen, zwembaden, … Er zijn, behalve Vogelsang, slechts twee gelijkaardige scholen van een dergelijk hoog niveau opgericht in het Derde Rijk (in Pommern en in Polen). Toen de nazi’s steeds meer terrein verloren in Duitsland, besliste Hitler de 40000 Napola-studenten (ook uit scholen van lager niveau) naar het front te sturen - voor sommigen van hen waren zelfs geen wapens meer. Meer dan de helft van de jongelui werd gedood.
Hans vertelt hoe hij er als zesjarige jongen één keer met school ging zwemmen en zich nog herinnert hoe een reusachtig hakenkruis de bodem van het zwembad “sierde”. Met zijn 100 ha oppervlakte zou Vogelsang bovendien het tweede grootste overblijvende nazi-gebouw ter wereld zijn. Pas sinds dit jaar is Vogelsang voor het publiek toegankelijk…
Zo hebben we er meteen een reden bij om naar deze streek terug te keren. We verdrinken onze frustratie met de twee rondjes die Hans ons in ruil voor “Angels” van Robbie Williams trakteert en weigeren het rondje van het huis… Morgen is het vroeg dag.
Dag acht: weer naar huis
We vertrekken vrij vroeg, want Bram en ik hebben die dag nog een repetitie en een optreden voor de boeg. Tien kilometer voor we de Belgische grens en de Hoge Venen bereiken, gebeurt datgene waar we zo behoedzaam voor zijn geweest: we worden geflitst…
We rijden ongeveer tien kilometer door de Hoge Venen, tussen de Belgische grens en Eupen. Zelfs wanneer Nathalie en Stijn in Leuven uitstappen, is de vakantiesfeer nog niet verdwenen…

Kort: deze reis is een aanrader voor al wie houdt van variatie: Rheinland-Pfalz biedt prachtige natuur en landschappen, nette en gezellige steden en zeer vriendelijke en gastvrije mensen. Gemünd of Schleiden zijn door hun centrale ligging de ideale verblijfplaatsen in deze regio.