Archive for the 'Actueel' Category




Het “confederalisme” staat al 16 jaar in de Grondwet

Zeg niet “confederalisme”, maar “centripetaal federalisme”

Eerst en vooral: een confederatie (oftewel “statenbond”) is een internationaalrechtelijke (en dus geen staatsrechtelijke!) constructie. Onafhankelijke staten beslissen een aantal bevoegdheden af te staan aan een overkoepelend orgaan, en leggen deze vast in een verdrag (bv. buitenlandse handel, defensie, …). In principe hebben de regels die door de confederatie worden uitgevaardigd, geen rechtstreekse werking in de lidstaten; de regels moeten dus in lokale wetgeving worden omgezet. De soevereiniteit van de lidstaten blijft immers gegarandeerd.

Het systeem van de confederatie is eerder zeldzaam geworden. Aangezien de lidstaten hun soevereiniteit bewaren, blijft de afdwingbaarheid van de uitgevaardigde regelgeving erg beperkt. Het bekendste voorbeeld van een confederatie moeten we drie eeuwen geleden zoeken: het oorspronkelijke bestuursorgaan van de Verenigde Staten was een confederatie. Maar ook de Europese Unie zweeft ergens tussen federatie en confederatie.

Leaders of the Continental Congress (John Adams, Morris, Hamilton, Jefferson)
Leaders of the Continental Congress
(John Adams, Morris, Hamilton, Jefferson)

Een confederatie kan dus niet bestaan zonder minstens twee onafhankelijke, soevereine staten. We weten intussen dat N-VA, Open VLD, LDD en CD&V het land niet zullen splitsen, zodat een confederatie geen optie is.

Wat de heren politici evenwel bedoelen, is een variant van onze huidige staatsstructuur. Tot op heden rusten alle bevoegdheden van de staat bij het centrale federale orgaan, behalve die bevoegdheden die het centrale orgaan bij Wet aan de deelstaten heeft afgestaan. Deze vorm van federalisme, waarbij bevoegdheden door het centrale orgaan aan de deelstaten worden gegeven, heet het “centrifugaal” of “segregatief” federalisme.

De tegenhanger van het centrifugaal federalisme heet “centripetaal” of “aggregatief” federalisme. De residuaire bevoegdheden (m.a.w. de bevoegdheden waarvan niet specifiek is bepaald wie ze mag uitoefenen) komen bij de deelstaten terecht, en bevoegdheden zullen enkel toekomen aan het centrale federale orgaan, indien de deelstaten dat expliciet in wetgeving (en dus na onderling overleg tussen die deelstaten) hebben vastgelegd.

De term “confederalisme” is dus niet alleen foutief, maar in zekere zin ook misleidend: ook indien de Vlaamse partijen hun voorgestelde hervorming kunnen doordrukken, blijft België een federaal land. Het wezenlijke verschil met het huidige systeem is dat de deelstaten instaan voor de bevoegdheidsverdeling, en niet langer het federale overkoepelende orgaan.

Artikel 35: een vergeten Grondwetsartikel ?

Het idee om België te hervormen tot een centripetale federatie is bovendien al bijna twee decennia oud. Met het Sint-Michielsakkoord (de vierde staatshervorming van 1993) werd aan de vernieuwde Belgische Grondwet immers een artikel 35 toegevoegd dat het volgende bepaalt:

“De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.
De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.”

Het artikel bevat evenwel een overgangsbepaling:

“De wet bedoeld in het tweede lid bepaalt de dag waarop dit artikel in werking treedt. Deze dag kan niet voorafgaan aan de dag waarop het nieuw in titel III van de Grondwet in te voegen artikel in werking treedt dat de exclusieve bevoegdheden van de federale overheid bepaalt.”

Onze politici vertellen er ons niets over (vermoedelijk uit onwetendheid), maar het centripetaal federalisme staat dus al in onze Grondwet. Alleen is het nog niet in werking getreden. De voorwaarden hiertoe zijn tweeërlei.

1/ Er moet een lijst worden opgesteld met de bevoegdheden die aan het federale (nationale) orgaan toekomen. Een beknopte lijst opstellen is een formaliteit; niets belet immers dat in de komende jaren de lijst indien nodig wordt geactualiseerd, uitgebreid of ingeperkt.
De lijst wordt bij wet vastgelegd. Elke materie en bevoegdheid die niet in de lijst is opgenomen, blijft bij de deelstaten.

2/ De tweede voorwaarde is een ander paar mouwen. Artikel 35 bepaalt dat de wet die de bevoegdheden voor het federale orgaan vastlegt, met de bijzondere meerderheid van artikel 4 van de Grondwet moet worden goedgekeurd:

“De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitbebrachte stemmen bereikt.”

Hetzij een aanwezigheidsquorum van een gewone meerderheid in elke taalgroep en een tweederde meerderheid ja-stemmers.

We hebben dus nog een lange weg te gaan.




Het einde van het socialisme?

Logo SP.aSP.a-Spirit kreeg op 10 juni zware klappen. In de Kamer verloor de partij 7.2 % - goed voor een verlies van 9 zetels - en in de Senaat zelfs 8,7 % of 3 zetels. Dat paars afgestraft zou worden, stond voor iedereen vast. Dat die afstraffing echter minder zwaar zou zijn voor Open VLD dan voor de socialisten, was wel een kleine verrassing. Vande Lanotte presteerde nochtans niet slecht op debatten, voor opiniemakers of in de peilingen. Zijn uiteenzettingen waren steeds duidelijk en vlot. Vande Lanotte is bovendien erg intelligent en gebruikt zelden meer woorden dan nodig. Maar de maatschappelijke opinie is in de voorbije jaren gewijzigd. In die nieuwe visie is voor socialisme steeds minder plaats.

En een socialist, dat is Vande Lanotte ontegensprekelijk. Hoewel zijn partij niet meer het oubollige socialisme predikt, en - mogelijks onder invloed van kartelpartner Spirit - een aantal van de (liberale) basisprincipes in onze maatschappij erkent (eigendomsrecht, recht op vrije meningsuiting, vrije markt, …) zijn de correcties op die principes nog steeds van het zuiverste socialistische water.

Zo verzette Vandela zich op het laatste voorzittersdebat als enige voorzitter resoluut tegen een lastenverlaging, en wou hij daarentegen meer investeren in de individuele werknemers en werkzoekenden. Het proces dat - onder impuls van “progressief-links” - momenteel tegen Vlaams Belang loopt, getuigt eveneens van een dergelijke “correctie”. Het niet willen afbouwen van de lasten corrigeert dan weer ten nadele van het eigendomsrecht.

De tijden zijn echter veranderd. Ook de onderdrukte arbeider beschikt vandaag immers over internet, over tv en kranten, en heeft geen socialistische politici meer nodig om hem te helpen bij het vormen van een politieke opinie. Bovendien verliezen steeds meer kiezers hun geloof in de grote ideologische verhalen. De verzuiling is verdwenen (getuige hiervan o.m. de verschillende conflicten tussen SP.a en ABVV, of het verdwijnen van de Chiro-jeugd op de IJzerbedevaart). Burgers worden steeds vaker zwevende kiezers en durven steeds vaker openlijk praten over hun partijvoorkeur en hun politieke visie. Het ontstaan van de blogcultuur, ten slotte, heeft er ook voor gezorgd dat de burger voor het vormen van een mening niet meer alleen op de traditionele media is toegewezen, wel integendeel, hij kan er nu zelfs aan deelnemen.

Voornoemde “onderdrukte arbeider” - om met dat cliché verder te gaan - beseft daardoor vandaag des te meer dat hij en zijn ouders een leven lang belastingen hebben betaald en daar amper beter van zijn geworden. Hij weet zeer goed dat hij elke dag van zijn leven tegen zijn zin 8 uur lang aan de band staat en aan het eind van die dag minstens de helft van zijn loon in belastingen ziet opgaan. Na het werk rijdt hij met zijn collega’s naar een café om zijn zuurverdiende pint te drinken en een sigaret te roken. Drie activiteiten die hem trouwens nog een fortuin aan BTW en taksen hebben gekost.

Die verworpenen der aarde weten intussen zeer goed dat gratis bussen - of ze er nu gebruik van maken of niet - in werkelijkheid niet gratis zijn en in praktijk ook door hen worden betaald. Dat het socialistische beleid in Wallonië voor de arbeider meer tegen- dan voorspoed heeft gebracht. Dat onderwijs niet gratis is of hogere studies goedkoop, maar dat ook zij voor andermans studie betalen. Dat niet de werkgever maar het politieke beleid tot ontslagen in de automobielsector leidt. En dat Freya als ze “het geld wil halen waar het zit” dus ook die onderdrukte arbeider viseert.

Ten slotte neemt de ex-socialist het niet langer dat hij wordt behandeld als iemand die tegen zichzelf moet worden beschermd. En zelfs al zou hij erkennen dat het niet steeds eenvoudig is in een maatschappij als de onze, om je verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen daden, en de juiste keuzes op het juiste moment te maken, dan nog denkt geen haar op zijn hoofd er nog aan die verantwoordelijkheid dan maar in de handen van zijn socialistische beschermengel achter te laten.

Werknemers weten intussen dat liberalisme ook voor hen de beste oplossing is. Ze geloven in de vrije markt en zijn bereid zelf de liberale verantwoordelijkheden te dragen in ruil voor de vrijheden die ze ermee bekomen.

Welke partij hen die garanties kan bieden, was me op 10 juni ook niet helemaal duidelijk. Vast staat wel dat het niet SP.a-Spirit was.

Addendum (24 juni 2007):

Deze visie verklaart ook waarom SP.a tijdens campagnes moet terugvallen op inhoudloze slogans als “Ja!” en “Socialisme is sexy”. Ook populistische programmapunten als het “gratis”-concept en “het geld halen waar het zit” moeten vooral vermijden dat de kiezer te weten komt waar de socialistische ideologie in werkelijkheid voor staat.




De ware aard van het kapitaal

Kapitaal

De VRT toont zijn ware aard.




De Lijn (2)

Antwoord van De Lijn omtrent het vorige artikel:

[De chauffeur] deed dit, omdat eten en drinken op de bus ten strengste verboden is. Als buschauffeur had hij daarom het volste recht u op zijn bus te weigeren. We hebben hem er wel op gewezen, dat hij de volgende keer niet zo drastisch moet handelen. Hij kon ook vriendelijk hebben verzocht om het blikje in de vuilnisbak te werpen, zo kon u alsnog meereizen.

Ik heb zelf gedurende zes jaar middelbaar onderwijs dagelijks gebruik gemaakt van De Lijn. Ik dacht dat - althans zo blijkt uit de verbodsbordjes - enkel ijsjes, friet en ander “risicovol” voedsel niet toegelaten waren (hoewel de chauffeurs indertijd ook dat tolereerden). Verder wil ik er niet veel woorden meer aan vuil maken: in Leuven kan ik als student gratis de bus nemen, maar toch verplaats ik me steeds te voet. Dat zegt genoeg, veronderstel ik.




Agressie bij De Lijn

De Lijn Dinsdag 17 oktober 2006. Een goede vriendin van me neemt even voor 8 uur ’s morgens de bus in het centrum van Brugge. Ze is niet lang uit bed en trekt een blikje cola open in de hoop sneller wakker te worden.

Aan de eerstvolgende halte - ze zit geen volle twee minuten op de bus en is zich van geen kwaad bewust - stopt de chauffeur, en dwingt haar tot haar verwondering uit te stappen: flesjes op de bus worden door hem nog net getolereerd, maar blikjes niet, zo stelt hij…

Mijn vriendin weigert eerst uit te stappen. Ze heeft voor de rit betaald en bovendien maakt ze zowat dagelijks gebruik van De Lijn: met een blikje drank, en zonder het gezeur. De verzuchtingen van de mede-reizigers doen haar ondanks enig protest toch de bus verlaten. Bovendien beweert de chauffeur dat het reglement van De Lijn het gebruik van blikjes op de bus verbiedt. Moeilijk om daar tegenin te gaan: heeft iemand ooit het reglement van De Lijn doorgenomen?

Uiteraard niet. De Lijn heeft een monopolie en beslist autonoom, dus wat doet zo’n reglement ertoe.

Luttele minuten later stopt de volgende Lijnbus - de halte bevindt zich in het centrum en er komen dus veel lijnen voorbij - en de chauffeur laat mijn vriendin, en het omstreden blikje, zonder probleem instappen.

Dus wat doet zo’n reglement ertoe.

Wanneer ze aan het station van Brugge uitstapt, staat het ACW er badges uit te delen voor meer verdraagzaamheid jegens de Lijn-chauffeurs…

De ombudsdienst van De Lijn heeft beloofd haar op de hoogte te houden. En ik, op mijn beurt, beloof u op de hoogte te houden: wordt vervolgd.

In de tussentijd roep ik alle chauffeurs van De Lijn op tot kalmte en meer verdraagzaamheid jegens de reizigers.




De kiezer wil meer Vlaanderen

Vlaanderen past je perfectVlaanderen staat weer volop in de kijker. Vandaag stelde Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois het nieuwe logo van Vlaanderen voor promotie in het buitenland voor. Met de gemeentelijke en provinciale (en eigenlijk ook de federale) verkiezingen in ‘t verschiet, vragen we ons in deze tekst af of de Vlaamse burger zelf Vlaanderen wel zo belangrijk vindt, en of de Belgische deelstaten voor hem meer bevoegdheden moeten krijgen.

Vooreerst bekijken we het stemgedrag van de Vlaming. We koppelen daarbij het programma van de Vlaamse politieke partijen en hun in meerdere of mindere mate voorstander zijn van meer Vlaamse autonomie, aan het electoraal succes van deze partijen. Ten tweede gaan we ook na in welke mate onze politici op dit succes inspelen.

We legden eventjes de programma’s van de belangrijkste Vlaamse partijen naast elkaar. De Vlaamse partijen die te vinden zijn voor meer Vlaamse autonomie, dus confederalisme of onafhankelijkheid, bespreken we hieronder.

Vlaams Belang
Vlaams Belang: “Politieke actie voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen is het leidbeginsel van het Vlaams Belang en zal ook in de toekomst ons eerste principe blijven.” (eerste programmapunt)

Ongetwijfeld voelt veel van het kiezerspubliek van Vlaams Belang zich om andere redenen tot de partij aangetrokken. Ook vreemdelingenbeleid en criminaliteitsbestrijding zijn immers belangrijke programmapunten van VB. We mogen echter met vrij grote zekerheid stellen dat elke kiezer van VB op de hoogte is van de separatistische overtuigingen van de partij. Daarbij speelt de aanwezigheid van een Vlaamse Leeuw eveneens een belangrijke rol. Een zero-tolerante belgicist zal dus naar alle waarschijnlijkheid niet op VB stemmen: ofwel staat de VB-kiezer onverschillig tegenover onafhankelijkheid, ofwel is hij eerder voorstander ervan.

N-VA
N-VA: “Democratie en zelfbeschikkingsrecht zijn het belangrijkste uitgangspunt van de N-VA, ze vallen samen in de term “zelfbestuur”.” (eerste programmapunt algemeen ledencongres 20 mei 2002)

N-VA lijkt ons de Vlaamse partij bij uitstek te zijn die als enige programmapunt het streven naar Vlaamse onafhankelijkheid heeft. Het zou wat te ver gaan, mochten we N-VA een zweeppartij noemen, maar het staat wel vast dat de andere doelstellingen van de partij erg ondergeschikt zijn aan haar hoofddoel. Wie stemt voor N-VA, stemt dus voor onafhankelijkheid.

VLD
VLD: “(…) een verdere toewijzing van materiële bevoegdheden aan de gemeenschappen en de gewesten. De basis hiertoe vormen de vijf resoluties over de staatshervorming die in maart 1999 bijna unaniem door het Vlaams Parlement zijn goedgekeurd geweest.” (Visie inzake staatshervorming)

Men zou het wel eens durven te vergeten, maar ook VLD streeft naar meer Vlaamse autonomie. Je kunt echter moeilijk stellen dat elke VLD-kiezer voor meer Vlaanderen te vinden is. De partij telt dan wel een aantal ex-VU-kopstukken, maar er zijn ook mandatarissen zoals Herman De Croo die de huidige Belgische staat het liefst heropbouwen, en niet afbreken. Het valt dus te betwijfelen of dit VLD-standpunt veel succes heeft bij voorstanders van meer Vlaamse autonomie. Dat VLD in praktijk dit standpunt niet al te strikt naleeft, bevestigt deze stelling ongetwijfeld.

CD&V
CD&V: “Vlaanderen beschikt over alle beleidshefbomen om zonder inmenging of blokkering door Wallonië en België naar eigen inzicht en visie een project te realiseren voor een (h)echte Vlaamse Gemeenschap.” (Programma Vlaamse verkiezingen juni 2004)

Er is zonder twijfel een groeiende groep kiezers die voor CD&V stemt, nu de partij, vooral sinds de Vlaamse verkiezingen van 2004, duidelijk meer Vlaamse autonomie wil bereiken. Uiteraard heeft CD&V een loyale achterban, hoewel de Vlaamse tintjes ook veel ACW’ers voor het hoofd zullen stoten. Het kartel met N-VA bevestigt de aanwezigheid van die Vlaamse reflex, evenals de houding van Leterme als het om communautaire dossiers gaat. Men kan dus bezwaarlijk stellen dat de CD&V-kiezer niet op de hoogte is van de communautaire agenda van CD&V.

SPIRIT
SPIRIT: “Vlaanderen en Wallonië beslissen samen welke bevoegdheden gezamenlijk worden uitgeoefend. Op Belgisch niveau kiest SPIRIT dus resoluut voor het confederaal model.” (Programma Vlaamse verkiezingen juni 2004)

Blijft er nog het piepkleine SPIRIT over. Het is mij niet duidelijk waar de SPIRIT-kiezer op uit is. Is het het progressieve, jonge en linkse imago? Spelen de VU-geschiedenis en het regionalisme nog een rol? Waarschijnlijk beïnvloedt de kartelpartner het succes van SPIRIT bij Vlaamsgezinde kiezers in negatieve zin. Ten slotte houdt SPIRIT zich amper nog met flamingantische doelstellingen bezig, althans, zo lijkt het me te zijn. In elk geval telt de partij volgens peilingen gemiddeld slechts 3 % kiezers. Dat is ongeveer de helft van het N-VA-publiek.

Daarnaast bevinden zich nog een aantal flaminganten of confederalisten in andere partijen. We denken aan Louis Tobback van sp.a en Bart Staes van Groen!. Het is onmogelijk uit te vissen hoeveel kiezers voor de Vlaamsvoelendheid van deze twee heren vallen. Bijgevolg komen ze verder in deze tekst niet meer aan bod. Ze kunnen wel als levend bewijs gelden dat ook in andere partijen en zelfs aan de linkerzijde flaminganten terug te vinden zijn (zie ook de communistische ex-politicus Jef Turf en de filosoof Ludo Abicht).

Bekijken we vervolgens de verkiezingsresultaten van de Vlaamse verkiezingen van 2004, voor de hierboven vermelde partijen. Gemakkelijkheidshalve laten we SPIRIT buiten beschouwing. CD&V en N-VA (we veronderstellen dat N-VA 5 % van de kiezers heeft binnengehaald) halen samen met VB (en zonder VLD) al een meerderheid en zelfs al zou slechts de helft van de VLD- en CD&V-kiezers voor Vlaamse autonomie te vinden zijn, dan nog blijft die meerderheid pro-confederalisme of -separatisme zo goed als bewaard.

Uiteraard is dit alles behalve een wetenschappelijk onderbouwde visie: er zijn veel kiezers die amper weten waar een bepaalde partij voor staat, laat staan wat haar programma is. Niettemin moet zelfs de grootste criticaster toegeven dat bovenvermelde percentages dermate hoog zijn, dat je moeilijk de stelling kunt gaan tegenspreken, dat er in Vlaanderen een behoorlijk groot draagvlak bestaat voor meer Vlaamse autonomie. Ons standpunt wordt nog versterkt nu de roep naar een nieuwe staatshervorming ook in zowat alle Vlaamse politieke partijen steeds luider klinkt, terwijl media hierover uitgebreid berichten. Anders gezegd, je moet vandaag behoorlijk wereldvreemd zijn om niet te weten dat pakweg CD&V, N-VA en VB meer Vlaamse zelfstandigheid eisen.

Dat laatste is overigens een tweede opvallend feit. Wanneer verkiezingen naderen zijn zelfs de radicaalste socialisten voorstanders van meer Vlaamse autonomie. Zo komt het dat sp.a een regionalisering van de spoorwegen en van het werkgelegenheidsbeleid plots wel ziet zitten. Ook Groen! ziet de bui voor 2007 al hangen en heeft een aantal bevoegdheidsherverdelingen in haar programma staan.

Het bevestigt dat de Vlaamse reflex echt leeft onder de Vlaamse bevolking: als verkiezingen naderen zijn zelfs de radicaalste socialisten Vlaamsgezind(er). De enigen die dat schijnbaar niet beseffen zijn diezelfde politici, daags na de verkiezingen.

Schijnbaar, want ze weten dat ze na de verdwijning van het Belgische gedrocht op zoek moeten naar een nieuwe volkse reflex om stemmen te trekken.




Domme Franstaligen in de Rand

België volgens DSIn een vandaag verschenen interview met de Franse krant “Libération” laat Vlaams Minister-President Yves Leterme zich laatdunkend uit over de houding van de Franstaligen in de Vlaamse Rand rond Brussel. De Franstaligen “ne sont pas en état intellectuel” om Nederlands te leren, aldus Leterme. Hij voegde daar vanmiddag nog aan toe, dat de huidige situatie in de faciliteitengemeenten in de Rand, mogelijks ook door kwade wil in hoofde van de Franstaligen is ontstaan.

In 1963, kort nadat de taalgrens doorheen België werd getrokken, installeerde de wetgever faciliteiten in een aantal gemeenten waar zich taalminderheden bevonden. Dat gaf Duitstalige, Franstalige en Vlaamse minderheden de mogelijkheid om officiële documenten in hun eigen taal te ontvangen, zodat ze zich geleidelijk zouden kunnen aanpassen aan de taal van het (eentalige) gebied waarin hun gemeente zich bevond, of om naar het taalgebied van hun keuze te verhuizen. Hoewel dit wettelijk niet was bepaald, werd aangenomen dat de faciliteiten slechts tijdelijk waren - althans, zo werd het de Vlamingen verteld. Vooral in de Vlaamse Rand rond Brussel werd die tijdelijkheid echter niet in praktijk omgezet. Het beleid creëerde geen enkele stimulans om de Franstaligen tot aanpassing aan te zetten. Tweetaligheid werd de ongeschreven regel in onderwijs, administratie en cultuur in ruime zin.

Eind 2004, meer dan veertig jaar na de installering van de faciliteiten, bevestigde de Raad van State dat de faciliteiten een uitdovend karakter hebben, en dat het beleid aan dat karakter moet worden getoetst.

Intussen zijn de taalminderheden van toen vaak meerderheden geworden. Het Vlaamse karakter heeft in verschillende faciliteitengemeenten plaats gemaakt voor de Franstalige cultuur. Het Vlaamse beleid in de Randgemeenten heeft zwaar gefaald: de Vlaamse rechten werden er met de voeten getreden. De gemeenten zijn vandaag enkel nog Vlaams op papier. En ook de Franstaligen werden er niet beter van: Franstalige inwoners vinden geen job, omdat zij de (officiële) taal van hun gemeente niet machtig zijn.

Het is dan ook ongehoord dat uitgerekend de Vlaamse Minister-President, die namens alle Vlamingen hoort te spreken, de Franstalige burgers aanpakt, en niet het wanbeleid dat gedurende de voorbije decennia in de faciliteitengemeenten (vnl. onder CVP-bewind) werd gevoerd. De conclusie zou eerder moeten zijn geweest dat die beleidsmakers “n’étaient pas en état intellectuel” om de faciliteitengemeenten op fatsoenlijke wijze te besturen, conform hun tijdelijke aard.

De uitspattingen van Leterme zijn populistisch, beledigend en veralgemenend. Het is een houding die ik van de Minister-President niet had verwacht. We zullen, uitgaand van de veronderstelling dat dit slechts een “accident de parcours” was, zijn uitspraken voor een keer met de mantel der liefde bedekken, en hopen dat zijn verkiezingsredes in de komende maanden inhoudelijk iets steviger worden onderbouwd.




Wet-Lejeune weer in de kijker

Door twee recente daden, kort na elkaar gepleegd door recidive ex-gedetineerden die bovendien vrij waren op grond van de Wet-Lejeune (genoemd naar toenmalig minister van Justitie Jean-Pascal Le Jeune), komt het bestaan van deze wet weer in het gedrang. Laat ons echter niet vergeten dat de strafwetten er in eerste plaats niet zijn gekomen om misdadigers te straffen - daarvoor heb je in feite geen wetten nodig maar slechts een natte vinger -, maar wel om hen te beschermen tegen willekeur - de natte vinger dus - van de overheid en hen tot betere inzichten te brengen. Aangezien de strafbepalingen in de wet staan, kan de rechter immers geen zwaardere straffen opleggen dan de bepaalde.

Gevangenis Tongeren

De Wet-Lejeune bestaat sinds 1888. Toen al besefte de wetgever dat de gevolgen van bepaalde straffen voor bepaalde veroordeelden veel te zwaar waren. Alternatieven voor de gevangenisstraf zijn tot op heden jammer genoeg quasi onbestaande. Veel gedetineerden hebben in de voorbije 120 jaar van de Wet-Lejeune gebruik kunnen maken en hebben met succes de draad van het vrije leven weer opgenomen. De commissie die over hun aanvraag oordeelt, doet dit op basis van hun gedrag en psychologische verslagen. De menselijke geest is echter nooit helemaal te doorgronden: het is spijtig dat er steeds enkelingen zijn die recidiveren. Een afzwakking van de Wet-Lejeune zal de inborst van een potentiële recidivist echter niet veranderen. Statistieken over recidivisme worden overigens maar recentelijk bijgehouden - zijnde niet lang genoeg om hierover een objectief beeld te vormen.

Het is nog meer te betreuren dat de twee recente feiten die toevallig op zeer korte tijd na elkaar zijn gebeurd, de rechten van andere gedetineerden, die het leven in de maatschappij wel weer aankunnen, in gevaar brengen door emotionele reacties van hun medeburgers.

Zoals ik uitgebreid in een eerdere tekst schreef, die actueler is dan ooit, is de enige oplossing voor dit pertinente probleem een betere begeleiding van gedetineerden. Daarvoor is echter veel meer geld nodig en zolang burgers op basis van hun emoties redeneren (’t is dus niet voor morgen) en niet kunnen aanvaarden dat gedetineerden ook rechten hebben, zullen politici dit voorstel niet aan hun achterban verkocht kunnen krijgen…

Uiteraard mogen we slachtoffers en de veiligheid van de maatschappij niet uit het oog verliezen. Zij hebben bijzondere aandacht nodig van de wetgever en dus van het volk en de burger, maar zoals ik eerder stelde, hebben ze in deze discussie helemaal geen relevantie. Het gaat immers enkel en alleen over de verhouding tussen de veroordeelde en de overheid.

Foto: met dank aan Jan Moesen




Jean-Marie l’avait dit: Le Pen in Gent

Als politiek-geïnteresseerde student was ik op woensdagavond 30 november 2005 [samen met enkele andere Leuvense LVSV'ers] aanwezig op het colloquium met Jean-Marie Le Pen, dat georganiseerd werd door het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond van Gent.

Le Pen in Gent

[Normaal gezien zou deze gespreksavond zijn doorgegaan in de Aula Academica, de mooiste aula van de UGent. Uit veiligheidsoverwegingen beslisten de universiteit en de stad Gent om de toespraak op een geheime locatie te laten doorgaan. Met bussen en politiebegeleiding werden alle bezoekers naar Gentbrugge overgebracht. Ook daar was alles overdreven streng beveiligd. In het centrum van Gent werden enkele betogers opgepakt, maar in Gentbrugge kwam niet één betoger opdagen. Er was daarentegen wel opvallend veel volk in de zaal aanwezig.

Jean-Marie Le Pen, geboren in 1928, studeerde rechten en politieke wetenschappen. Hij werd bekroond als veteraan, nadat hij als Franse para deelnam aan verschillende conflicten in de jaren vijftig (o.m. Suez en Algerije). Na de dodelijke overstromingen in Nederland in 1953, werkte hij als vrijwilliger mee aan de hulpoperaties die op deze gebeurtenissen volgden. In diezelfde periode startte zijn politieke carrière. In 1972 richtte hij het extreem-rechtse Front National op, dat vanaf 1983 de ene vooruitgang na de andere boekte. Het hoogtepunt van zijn politieke carrière kwam er in 2002, toen Le Pen in de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen de socialistische premier Lionel Jospin versloeg. Hoewel Chirac probleemloos de tweede ronde won, werden Le Pen en zijn partij op dat moment op de Europese politieke kaart verankerd. Le Pen zetelde tot 2003 in het Europees Parlement, maar verloor zijn zitje nadat hij een socialistische politica fysiek had aangevallen.

Le Pen, nu 77 jaar oud, manifesteerde zich als een indrukwekkende redenaar. Nadat hij het publiek een uur had toegesproken vanop het spreekgestoelte, begon hij op het podium rond te wandelen, daarbij zijn woorden combinerend met zijn schitterende lichaamstaal. Hoewel ik de standpunten van Le Pen alles behalve onderschrijf, moest ik toch eventjes kippenvel onderdrukken: de politicus met vijftig jaar ervaring werd in hem wakker.

Inhoudelijk was het allemaal veel minder interessant: net zoals de kopstukken van Vlaams Belang kloeg Le Pen over de misdaadcijfers in zijn land, over de recente rellen in de Franse grootsteden, over de islam en Turkije - een land waar hij naar eigen zeggen wel veel van houdt -, en dat alles zonder verder oplossingen aan te reiken. De enige oplossingen die Le Pen wist te bedenken waren de herinvoering van de doodstraf, de uitbreiding (en verbetering) van het gevangenissysteem en een volledige immigratiestop. Uiteindelijk brengt Front National dus niets wat we nog niet hebben gehoord. Net zoals Vlaams Belang is FN een etatistische partij die de vrijheid van de burger wil beperken en gelooft dat de gemeenschap daar baat bij heeft. De vraag of zijn voorstellen inderdaad een oplossing zullen bieden voor onze maatschappelijke problemen, is daarbij irrelevant: de middelen ertoe alleen al zijn onaanvaardbaar.

De meeste aanwezigen bleven het echter allemaal slikken en nu en dan werd er luid geapplaudisseerd. Niemand in het flamingantische publiek leek zich te herinneren dat Le Pens eerste bezoek aan ons land werd georganiseerd door Brusselse franskiljons die op zoek waren naar steun uit het buitenland. De steun van Le Pen aan Vlaams Belang kan bij mij dan ook alleen maar achterdocht wekken.]

Ik heb er geen enkel probleem mee dat Le Pen een forum krijgt, het recht op vrije meningsuiting is volgens mij immers absoluut. Dat Le Pen echter in een decor van Vlaamse Leeuw-vlaggen zijn extreem-rechtse standpunten mag komen verdedigen, vind ik onbegrijpelijk: de Leeuw staat immers symbool voor vrijheid, Vlaanderen en vrede. Niet voor xenofobie, zero-tolerantie of conservatisme.

[Op het KVHV-gastenlijstje voor dit jaar staan ook nog o.m. Frits Bolkestein en Edmund Stoiber. Benieuwd of ook zij tussen de Leeuwen zullen staan. Het verschil is alvast dat deze sprekers nooit de schandalen van de holocaust in twijfel hebben getrokken, en dat heeft Le Pen wel gedaan. Op die manier wordt het stigma dat reeds op de Vlaamse Leeuw rustte, nog meer bevestigd...

Misschien moeten we de verdediging van KVHV Gent dan toch aanvaarden: de Leeuwen hingen er als symbool voor KVHV, niet voor Le Pen. De vraag is of de publieke opinie het ook zo zal hebben begrepen.]

Lezersbrief opgenomen onder de titel “LE PEN” in Waarde Redactie, De Standaard, 82ste jaargang, nr. 280, 5 december 2005 (behalve de tekst tussen vierkante haakjes).

Foto’s zijn eigendom van Willem Coppenolle




De staatsradio en zijn concurrenten

Het tanende succes van Donna en het stijgend aantal luisteraars bij commerciële omroepen als 4FM en Q-Music (DS 23 en 25 februari) , dwingen ons ertoe kritisch te blijven over het bestaan en de rol van radiozenders van de overheid.

Hoewel steeds meer ‘hit’-fans kiezen voor commerciële omroepen, moeten die luisteraars een deel van hun belastinggeld afstaan aan programma’s en radiozenders die ze zelden of nooit beluisteren. Geld waarmee bovendien de peperdure (en blijkbaar inefficiënte) marketingcampagnes van Donna werden betaald.

De openbare zenders afschaffen, of de burger de keuze laten op welke manier zijn geld wordt gespendeerd (door dat op zijn belastingaangifte aan te duiden), zouden alvast alternatieven zijn die deze wantoestanden beperken en die leiden tot belastingverlaging of op zijn minst tot een efficiëntere besteding van ons geld.

[Wie een supermarkt binnenstapt om enkel bruin brood te kopen, zal aan de kassa geen extra wit brood moeten betalen. Wie in de supermarkt van de radiozenders Q-Music koopt (in dit geval in de vorm van reclameboodschappen tussen de programma's), betaalt echter nog steeds extra voor Donna, Klara of Studio Brussel, die hij nochtans in de winkelrekken heeft laten liggen.]

Lezersbrief opgenomen onder de titel “DONNA” in Waarde Redactie, De Standaard, 82ste jaargang, nr. 49, 28 februari 2005 (met uitzondering van de alinea tussen vierkante haakjes).