Zeg niet “confederalisme”, maar “centripetaal federalisme”
Eerst en vooral: een confederatie (oftewel “statenbond”) is een internationaalrechtelijke (en dus geen staatsrechtelijke!) constructie. Onafhankelijke staten beslissen een aantal bevoegdheden af te staan aan een overkoepelend orgaan, en leggen deze vast in een verdrag (bv. buitenlandse handel, defensie, …). In principe hebben de regels die door de confederatie worden uitgevaardigd, geen rechtstreekse werking in de lidstaten; de regels moeten dus in lokale wetgeving worden omgezet. De soevereiniteit van de lidstaten blijft immers gegarandeerd.
Het systeem van de confederatie is eerder zeldzaam geworden. Aangezien de lidstaten hun soevereiniteit bewaren, blijft de afdwingbaarheid van de uitgevaardigde regelgeving erg beperkt. Het bekendste voorbeeld van een confederatie moeten we drie eeuwen geleden zoeken: het oorspronkelijke bestuursorgaan van de Verenigde Staten was een confederatie. Maar ook de Europese Unie zweeft ergens tussen federatie en confederatie.

Leaders of the Continental Congress
(John Adams, Morris, Hamilton, Jefferson)
Een confederatie kan dus niet bestaan zonder minstens twee onafhankelijke, soevereine staten. We weten intussen dat N-VA, Open VLD, LDD en CD&V het land niet zullen splitsen, zodat een confederatie geen optie is.
Wat de heren politici evenwel bedoelen, is een variant van onze huidige staatsstructuur. Tot op heden rusten alle bevoegdheden van de staat bij het centrale federale orgaan, behalve die bevoegdheden die het centrale orgaan bij Wet aan de deelstaten heeft afgestaan. Deze vorm van federalisme, waarbij bevoegdheden door het centrale orgaan aan de deelstaten worden gegeven, heet het “centrifugaal” of “segregatief” federalisme.
De tegenhanger van het centrifugaal federalisme heet “centripetaal” of “aggregatief” federalisme. De residuaire bevoegdheden (m.a.w. de bevoegdheden waarvan niet specifiek is bepaald wie ze mag uitoefenen) komen bij de deelstaten terecht, en bevoegdheden zullen enkel toekomen aan het centrale federale orgaan, indien de deelstaten dat expliciet in wetgeving (en dus na onderling overleg tussen die deelstaten) hebben vastgelegd.
De term “confederalisme” is dus niet alleen foutief, maar in zekere zin ook misleidend: ook indien de Vlaamse partijen hun voorgestelde hervorming kunnen doordrukken, blijft België een federaal land. Het wezenlijke verschil met het huidige systeem is dat de deelstaten instaan voor de bevoegdheidsverdeling, en niet langer het federale overkoepelende orgaan.
Artikel 35: een vergeten Grondwetsartikel ?
Het idee om België te hervormen tot een centripetale federatie is bovendien al bijna twee decennia oud. Met het Sint-Michielsakkoord (de vierde staatshervorming van 1993) werd aan de vernieuwde Belgische Grondwet immers een artikel 35 toegevoegd dat het volgende bepaalt:
“De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.
De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.”
Het artikel bevat evenwel een overgangsbepaling:
“De wet bedoeld in het tweede lid bepaalt de dag waarop dit artikel in werking treedt. Deze dag kan niet voorafgaan aan de dag waarop het nieuw in titel III van de Grondwet in te voegen artikel in werking treedt dat de exclusieve bevoegdheden van de federale overheid bepaalt.”
Onze politici vertellen er ons niets over (vermoedelijk uit onwetendheid), maar het centripetaal federalisme staat dus al in onze Grondwet. Alleen is het nog niet in werking getreden. De voorwaarden hiertoe zijn tweeërlei.
1/ Er moet een lijst worden opgesteld met de bevoegdheden die aan het federale (nationale) orgaan toekomen. Een beknopte lijst opstellen is een formaliteit; niets belet immers dat in de komende jaren de lijst indien nodig wordt geactualiseerd, uitgebreid of ingeperkt.
De lijst wordt bij wet vastgelegd. Elke materie en bevoegdheid die niet in de lijst is opgenomen, blijft bij de deelstaten.
2/ De tweede voorwaarde is een ander paar mouwen. Artikel 35 bepaalt dat de wet die de bevoegdheden voor het federale orgaan vastlegt, met de bijzondere meerderheid van artikel 4 van de Grondwet moet worden goedgekeurd:
“De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitbebrachte stemmen bereikt.”
Hetzij een aanwezigheidsquorum van een gewone meerderheid in elke taalgroep en een tweederde meerderheid ja-stemmers.
We hebben dus nog een lange weg te gaan.
SP.a-Spirit kreeg op 10 juni zware klappen. In de Kamer verloor de partij 7.2 % - goed voor een verlies van 9 zetels - en in de Senaat zelfs 8,7 % of 3 zetels. Dat paars afgestraft zou worden, stond voor iedereen vast. Dat die afstraffing echter minder zwaar zou zijn voor Open VLD dan voor de socialisten, was wel een kleine verrassing. Vande Lanotte presteerde nochtans niet slecht op debatten, voor opiniemakers of in de peilingen. Zijn uiteenzettingen waren steeds duidelijk en vlot. Vande Lanotte is bovendien erg intelligent en gebruikt zelden meer woorden dan nodig. Maar de maatschappelijke opinie is in de voorbije jaren gewijzigd. In die nieuwe visie is voor socialisme steeds minder plaats.
Dinsdag 17 oktober 2006. Een goede vriendin van me neemt even voor 8 uur ’s morgens de bus in het centrum van Brugge. Ze is niet lang uit bed en trekt een blikje cola open in de hoop sneller wakker te worden.
Vlaanderen staat weer volop in de kijker. Vandaag stelde Vlaams minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgeois het nieuwe logo van Vlaanderen voor promotie in het buitenland voor. Met de gemeentelijke en provinciale (en eigenlijk ook de federale) verkiezingen in ‘t verschiet, vragen we ons in deze tekst af of de Vlaamse burger zelf Vlaanderen wel zo belangrijk vindt, en of de Belgische deelstaten voor hem meer bevoegdheden moeten krijgen.
In 

Het tanende succes van Donna en het stijgend aantal luisteraars bij commerciële omroepen als 4FM en Q-Music (DS 23 en 25 februari) , dwingen ons ertoe kritisch te blijven over het bestaan en de rol van radiozenders van de overheid.