Op 12 december 2005 werd Kenneth Lee Boyd geëxecuteerd in de Verenigde Staten, als duizendste terdoodveroordeelde sinds de doodstraf in 1976 in de VS werd ingevoerd. Kort daarop volgde de controversiële executie van Stanley Tookie Johnsson. Heel even kwam de doodstraf weer in de schijnwerpers te staan. De gekende feiten over de wereldwijde toepassing van de doodstraf zijn dan ook hallucinant. Zo luidde de officiële Chinese verklaring dat het land 3.400 gedetineerden zou hebben geëxecuteerd in 2004. Volgens Amnesty International geeft een toonaangevende Chinese parlementariër echter toe dat er bijna 10.000 mensen per jaar worden geëxecuteerd. Maar ook in de Verenigde Staten, een wereldmacht met een onmiskenbare voorbeeldfunctie in onze samenleving, werden 59 mensen tot de dood veroordeeld in 2004.
De meeste westerlingen vinden de doodstraf een barbaarse vorm van straffen, maar toch zijn er nog steeds veel mensen die geen eensluidende mening hebben. Als de namen Marc Dutroux of Saddam Hoessein vallen, krijgt de discussie plots een andere wending en vinden sommigen dat de doodstraf in bepaalde gevallen wél kan (de daden die voornoemde heren op hun kerfstok hebben, zijn nochtans van een niet te vergelijken verwerpelijkheid…). En dan hadden we het nog niet over de talrijke Amerikanen die onvoorwaardelijk voor het behoud van de doodstraf zijn.
Met dit bescheiden onderzoek willen we aantonen dat over de doodstraf veel verkeerde opvattingen bestaan. We hebben getracht een aantal klassieke argumenten en clichés kort te bespreken, en deze opzij te schuiven. Onderaan deze tekst gaan we nader in op de doodstraf vanuit liberaal oogpunt, zij het vrij beperkt omdat de onaanvaardbaarheid van de doodstraf voor liberalen zo vanzelfsprekend is. Naast de gekende liberale en/of humanistische argumenten vonden we heel wat concrete feiten en cijfers die het pleit in het nadeel van de doodstraf doen beslechten.
Oog om oog…
Een veelgebruikt argument pro doodstraf blijft nog steeds dat een moordenaar geen recht op leven heeft, omdat hij of zij het leven van een medeburger heeft weggenomen. Op het eerste zicht houdt die redenering steek. Als we ze echter in de juiste historische context gaan plaatsen, mogen we echter stellen dat het aloude “oog om oog, tand om tand”-principe in de 21ste eeuw (en eigenlijk al sinds de heropstanding van de rede sinds de Verlichting) niet meer aanvaardbaar is: ons strafrecht wordt niet langer door vergelding gestuurd en burgers mogen niet langer zelf het strafrechtelijke heft in handen nemen. Om diezelfde reden is het ook onaanvaardbaar deze taak over te laten aan de overheid. De kracht van onze samenleving is vandaag immers dat zij door de rede wordt gestuurd, niet door onze grillige emoties. Een land zoals de Verenigde Staten dat zichzelf humanitair en beschaafd noemt, en bovendien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) erkent, spreekt zichzelf tegen wanneer het zijn burgers tot de dood veroordeelt.
Dat de doodstraf een groter afschrikkingsmiddel zou zijn is evenmin een plausibel argument. Volgens Amnesty International hebben meerdere onderzoeken uitgewezen dat een terdoodveroordeling niet meer afschrikt dan een langdurige gevangenisstraf. Er is immers geen verband tussen de doodstraf en het aantal misdaden. Prof. dr. Lieven Vandekerckhove bewees dit eerder met het eenvoudige feit dat chauffeurs vertragen bij het naderen van een flitscamera en daarna gewoon weer gas geven: als er al sprake is van afschrikking door straffen, bereikt dit alleszins niet het verwachte doel. Burgers trachten de straf te vermijden, zonder hun strafbaar gedrag aan te passen. En ook omtrent de veel radicalere doodstraf bewijzen perceptie en gezond verstand dat straffen amper afschrikken: het valt immers te betwijfelen dat in Europa, waar geen doodstraf meer wordt uitgevoerd, meer ernstige misdaden zouden worden gepleegd dan in landen waar de doodstraf wel nog bestaat.
Een ander populair argument is dat de doodstraf een goedkoop alternatief zou zijn voor een levenslange opsluiting. De uitgave van belastinggeld blijft een gevoelig punt voor de staatsburger, zelfs als daar mensenlevens tegenover staan. Uit onderzoeken blijkt verrassend genoeg dat aan de uitvoering van een doodstraf zeer hoge kosten zijn verbonden. Deze vloeien voort uit het langdurige onderzoek en de gerechtskosten die bij dergelijke rechtszaken komen kijken. Men beseft blijkbaar wel degelijk dat de staat het beschikkingsrecht over het leven van een burger in handen heeft, en daarom verloopt de rechtspleging een stuk meer uitgebreid en ingewikkeld. Het Death Penalty Info Center meldt dat een doodstraf in Indiana een prijskaartje heeft dat 38 procent hoger is dan een effectieve levenslange gevangenisstraf (lees wel degelijk: levenslang maaltijden, bewaking etc. op kosten van de belastingbetaler). In de staat Kansas duurt een strafproces met de doodstraf als uitspraak gemiddeld vierendertig dagen, terwijl criminele rechtszaken met minder drastische gevolgen slechts negen dagen duren. Om je een idee te geven van de concrete cijfers: in Florida kostte één all-in executie in de periode 1973-1988 gemiddeld 3.2 miljoen dollar aan de maatschappij.
Opgeruimd staat netjes
Jammer genoeg laten burgers zich in het debat over de doodstraf nog te vaak leiden door emoties. De vrees van de burger voor misdaad neemt zulke absurde vormen aan dat zelfs een (levens)lange opsluiting hem niet gerust stelt.
Uiteraard moet een straf de veiligheid van een maatschappij garanderen, maar de opsluiting van een veroordeelde is een voldoende maatregel om het potentiële gevaar dat de misdadiger voor de samenleving kan betekenen, af te wenden. Een ander argument zou kunnen zijn dat door het ter dood veroordelen van een misdadiger, de dierbaren van de slachtoffers hun verwerkingsproces kunnen versnellen. Het behoeft geen verdere uitleg dat dit een zeer cynische stelling is: psychische bevrediging halen uit de dood van een mens is o.i. even immoreel als de concrete misdaad die de veroordeelde heeft gepleegd.
De doodstraf misbruikt
We trappen open deuren in, maar ook de overheid maakt fouten. Sinds 1974 zijn er 122 terdoodveroordeelden vrijgesproken op basis van nieuwe bewijzen. Het spreekt voor zich dat er nog steeds onschuldigen op Death Row zitten en dat deze fouten in het verleden het leven van onschuldigen hebben geëist.
Ook racisme blijkt in de context van de Amerikaanse doodstraf nog steeds problematisch. De feiten omtrent het terdoodveroordelen bevestigen dit. Het Death Penalty Information Center geeft ons hallucinante cijfers. Een recente studie in Californië heeft uitgewezen dat misdaden met een blanke als slachtoffer drie keer vaker leiden tot een executie dan een misdaad tegen een zwarte. De statistieken tonen ons dat bij interraciale moorden (i.c. een zwarte misdadiger en een blank slachtoffer - of omgekeerd) een zwarte misdadiger zwaarder wordt bestraft dan een blanke. Deze laatste opmerking geldt overigens eerder als een pleidooi tegen racisme vanwege de overheid, dan als argument tegen (dood)straffen, maar toont niettemin aan dat de doodstraf soms zelfs met willekeur wordt gehanteerd. En was staatswillekeur niet datgene wat men met de Amerikaanse grondwet voorgoed wou bannen?
Voor humanisten (die zich zowel in linkse, liberale als rechtse politieke kampen schuilhouden) heeft alle bovenstaande informatie weinig relevantie. Deze doet hoogstens dienst als ondersteuning van de ideologische argumenten tegen de doodstraf.
Het recht op leven is essentieel in elke maatschappij. In alle grondwetten en mensenrechtenverdragen komt dit grondrecht op de eerste plaats, en dit onvoorwaardelijk en onbeperkt. Het zijn en leven van de mens zijn de eerste bestaansvoorwaarden van een samenleving. De doodstraf (de facto doden in het algemeen) verdedigen op grond van zijn nut voor de samenleving en haar individuen, is dus contradictorisch. In quasi elke (maatschappij-) ideologie die ooit door de mens werd bedacht, wordt dan ook even veel waarde gehecht aan het recht op leven.
Het is dan ook logisch dat de overheid het recht op leven van zijn burgers moet vrijwaren - of het op zijn minst respecteren. Bij het toepassen van de doodstraf overschrijdt de staat duidelijk die primaire functie (zij het nu in de positieve zin van vrijwaren of in de negatieve zin van respecteren), meer zelfs, de overheid gaat er recht tegen in. Hierboven is uitgebreid beargumenteerd dat het terdoodveroordelen van criminelen volledig nutteloos is en op geen enkele manier de burger dient. Het is hallucinant dat sommige burgers nog steeds toelaten dat de staat zelf mensen doodt. Hieruit volgt logischerwijs ook een belangrijk debat over de legitimiteit van overheidshandelingen, en dus over de overheid zelf, dat ons uiteraard veel te ver zou leiden.
Het wezen en het leven van een mens zijn zijn meest kostbare goederen. De doodstraf heeft onomkeerbare gevolgen voor het individu - het houdt op te bestaan - en die eigenschap is reeds een voldoende voorwaarde om met de hoogste vorm van waakzaamheid met zulke straffen om te gaan.
Cleo Mombaers
& Willem Coppenolle
Gepubliceerd in Blauwdruk, jaargang 33, 2005-2006, nummer 2.

